De PdeNK

Een pen tikt tegen een glas en op slag is iedereen stil. Allemaal kijken we naar Harry, die het voor elkaar gekregen heeft een groep van twaalf schrijvers op te trommelen.
Hij staat op, kijkt de kring rond en laat zijn ogen ten slotte op mij rusten.
‘Wil jij het verslag van deze bijeenkomst schrijven, Betty?’
In plaats van te protesteren of zelfs maar een vraag te stellen, knik ik stom en pak mijn laptop. Dat is nu eenmaal het effect dat Harry sorteert.

‘Allereerst, dank dat jullie gekomen zijn.’
Alsof je ooit een uitnodiging van Harry zou afslaan …
‘Zoals jullie weten zijn wij schrijvers eenlingen. Zwoegers op zolderkamers, gevangenen van onze verbeelding. Nachtuilen en kluizenaars die, na maanden of zelfs jaren van eenzaam ploeteren, hun hol uitkruipen in de overtuiging iets geschreven te hebben waar de hele wereld al eeuwenlang naar snakt. Iets nieuws en nooit vertoond. Niets minder dan een meesterwerk.’
We knikken allemaal en Annemie, die naast me zit, mompelt: ‘Treffend verwoord.’
‘En wat gebeurt er dan?’
Niemand antwoordt, want we weten het allemaal. En dus vat Harry het nog even voor ons samen:
‘Onze unieke, hoogstaande schrijfjuweeltjes worden geslachtofferd aan de commercie!’
‘Parels voor de zwijnen,’ roept Gerrit, wiens laatste boek geflopt is en maar moet hopen dat hij ooit nog iets uitgegeven krijgt.
‘Wie heeft dat nu níét meegemaakt …,’ zegt Harry alsof hij Gerrit niet gehoord heeft.
Vanuit mijn ooghoek zie ik dat Janneke haar vinger op wil steken maar die schielijk weer intrekt. Dit is niet het moment voor het vergaren van jaloerse blikken.
‘Daar moeten we wat aan doen!’
‘Maar wat?’ zegt Niels, schrijver van De wondere wereld van de soepstengel.
‘In actie komen. Onze stem verheffen tegen de dwingelandij van de verkoopcijfers. Schrijvers van de Lage Landen, verenigt u!’

Als één man staan we op en klimmen op onze stoelen. Als iemand ons verenigen kan, is het Harry wel.
Na een kwartiertje zijn we uitgejoeld. Hijgend ploffen we weer neer. Alleen Harry blijft nog staan.
‘Wat we nu nodig hebben is een naam, een programma en een slogan.’ zegt hij.
‘Een naam?’ zegt Dieuwke. ‘Ik heb al een naam.’
‘En een programma? Zoiets als een goed verhaal bedoel je?’ zegt Leo terwijl hij zijn ene wenkbrauw optrekt.
‘Is niet elke titel een soort slogan?’ zegt Boudewijn van Eén twee drie en Hupsakee.

‘Nu hebben we ongemerkt toch een partij opgericht,’ zeg ik en sla mijn laptop dicht.
‘De PdeNK. Partij die er nooit komt.’

Schrijvenonline.org, schrijfopdracht #493: bedenk een naam, een programma en een slogan voor een op te richten partij voor schrijvers.