Vijf over twaalf

1 maart 2039

Met de stijfheid ging het vandaag gelukkig een stuk beter dan gisteren. Die oefeningen, ’s morgens voor ik mijn bed uit rol, helpen goed; eerst fiets ik wat in de lucht. Dan zwieper ik mijn benen over de rand van het bed zodat ik bijna vanzelf tot zit kom – trucje van de fysio-digipeut. Ik probeer altijd mijn voeten in één vloeiende beweging in mijn pantoffels te krijgen; hoe oud een mens ook wordt, hij heeft zijn uitdagingen nodig 🙂

Vanavond heb ik een reportage bekeken over de klimaatspijbelaars van twintig jaar geleden. En hoe die uiteindelijk een hele generatie politici voortijdig op pensioen hebben gestuurd, ook al was dat destijds nog tegen de trend in.
Ik weet nog goed hoe ik daar zelf liep tijdens een van die grote klimaatmarsen in Brussel, met mijn karton waarop ik een poging had gedaan een wereldklok te tekenen. De tijd: vijf over twaalf. En een demonstrant die me daarover aansprak. Hij dacht dat ik me in het uur vergist had.

Vanavond ga ik niet te laat naar bed.
Vóór twaalven lig ik erin…

Schrijvenonline opdracht # 235: Schrijf in 300 woorden een pagina uit je dagboek van 2039.

Het laatste uur van Sjmoëel Asj

Sjmoeël Asj richtte zich op, reikte naar de krukken die in een soort paraplubak naast zijn rieten ligbank stonden en trok zich moeizaam overeind. Stapte voetje voor voetje naar zijn bureau en dacht aan Gersjom Wald, de oude getekende man die hij meer dan vijftig jaar geleden drie maanden lang dagelijks van vijf uur ’s middags tot elf uur in de avond gezelschap had gehouden. Luisteren naar zijn theorieën over zionisme en hem van repliek dienen, dat was waarvoor hij aangenomen was. Luisteren en tegenspreken. Omdat tegenspraak een mens in leven hield.
En aan Atalja natuurlijk. Dochter van Sjealtiël Abarbanel, schoondochter van Gersjom en weduwe van Micha. Atalja die hem gedoogd had, aangetrokken, verzorgd, bemind en weggestuurd.
‘Misschien ga je op een dag nog eens iets voor ons schrijven over die armzalige joden en veroordeel je hun armzaligheid van geest,’ had Gersjom gezegd. ‘Misschien verwerk je ook Judas Iskariot in je verhaal.’
Meer dan over verraad te schrijven was Sjmoeël een verrader gewórden. Verrader van zijn opdracht helderheid te verschaffen. Verraad aan Atalja, die hij had willen verlossen uit haar kille cynisme. Aan wie hij heimelijk beloofd had haar niet te zullen vergeten maar aan wie hij jarenlang niet had gedacht.
Geen haar beter was hij dan Sjealtiël Abarbanel, die de stichting van de staat Israël veroordeeld had maar na zijn dood geen snipper van zijn beweegredenen had nagelaten. Geen spaan wijzer dan Jezus, die zich door Judas om de tuin had laten leiden en dat pas beseft had in zijn stervensuur. Of dan Judas, die op datzelfde moment begrepen had dat hij vooral zichzelf verraden had.
Voorzichtig liet Sjmoeël zich op de stoel zakken en steunde met zijn ellenbogen op het bureaublad. Keek naar de oude telefoon, nam de hoorn van de haak en beroerde even de draaischijf, maar besloot dat er niets meer te zeggen viel. Een kruk gleed op de grond. Sjmoeël boog zijn hoofd, sloot zijn ogen en blies voor de laatste keer zijn adem uit.

#188 Hoe laat jij iemand sterven in een verhaal? Schrijf een sterfscène in 350 woorden. Gebruik een personage uit een verhaal dat je zelf schreef, of neem een personage uit één van je lievelingsboeken.

Boek: ‘Judas’ van Amos Oz

Lekker spetteren

‘Het is zij eruit of ik eruit’, zegt Bart iets te luid voor een privégesprek. In een paar teugen klokt hij zijn Orval naar binnen, zet het glas met een klap op de toog en gebaart naar de barkeeper dat hij er nog een wil.

‘Sst,’ sist Jenny. ‘De hele kroeg hoeft het niet te horen…’

‘Hoezo sst. Ik heb genoeg van dat ge-sst. Sst Bart, je maakt moeder wakker. Sst Bart, denk aan de buren. Sst Bart, straks denken de mensen nog dat we haar mishandelen. Sst Bart…

‘Sst,’ sist Jenny en de spetters vliegen in het rond.

‘Het kan me geen moer schelen wat de mensen denken. Dat wijf gaat eruit!’

‘Een beetje meer respect, zeg. Ik ga haar echt niet zomaar op straat zetten,’ fluisterde ze zo hard als ze kon. Schichtig kijkt ze om zich heen; iedereen is druk in gesprek. Ergens wordt gelachen.

‘Al was ze de koningin van Sheba’ vlamt hij, ‘ze gaat eruit!’

Machteloos wendt Jenny haar ogen af en kijkt naar de barkeeper die het lege glas van de toog neemt en er een vol voor in de plaats zet. Hij geeft Bart een knipoog en grinnikt:

‘Uw schoonmoeder zeker?’

Schrijvenonline.org #213 Twee personen die een relatie hebben, zitten aan een bar. Er ontstaat een woordenwisseling. Een personage schaamt zich voor de andere bezoekers en wil de ruzie sussen. Het andere personage gooit juist olie op het vuur.

Varkens

‘Heb je nog even?’

Achteloos, als smeet ze een dossiermap op mijn bureau, slingerde ze die vraag mijn kamer binnen.

Ik was juist bezig mijn spullen op te ruimen en had de computer afgesloten. Grabbelde in mijn handtas naar een spiegeltje en zette mijn lippen kersenrood aan. Keek op mijn smartphone; ik had nog tien minuten. En deze keer liet ik me door niemand tegenhouden. Om vijf uur stipt stond ik op straat en begon mijn eigen leven.

‘Evelyne, kom je even?’ klonk het dringender nu uit de kamer van de directrice. ‘Ik heb even je hulp nodig.’

‘Een momentje, Lidy,’ riep ik terug, gooide de make-upspulletjes in mijn tas, trok mijn jas aan en stapte de gang op. Sloeg, iets luider dan noodzakelijk, de deur achter me dicht en stapte tot aan de directiekamer. Bleef in de deuropening staan.

‘Print je die concept-nota Vaccinatieschema’s in de varkenssector even uit? Dan kunnen we die nog even doornemen.’

‘Die nota kun je vinden in het document Ministerie van Landbouw, map Varkenssector,’ zei ik zo kordaat mogelijk.

‘Dat weet ik, Evelyne. Print hem even uit, wil je.’

Dit leek me een typisch geval voor de techniek van de kapotte grammofoonplaat die we tijdens de assertiviteitstraining geoefend hadden, dus herhaalde ik zonder al teveel acht te slaan op het trillen van mijn benen:

‘Die nota staat in het document Ministerie van Landbouw, in de map Varkenssector.’

Verstoord keek ze op.

‘Er is haast bij, Evy. Het had eigenlijk gisteren al verstuurd moeten zijn.’

‘Je kunt die nota vinden in het document Ministerie van Landbouw, in de map Varkenssector,’ perste ik er met de moed der wanhoop uit, maar ik liet mijn tas al van mijn schouder glijden.

‘Hoepel maar op,’ brieste Lidy. ‘Dan doe ik het wel alleen.’

Beduusd liep ik naar de lift. Had ik het nu tóch voor elkaar gekregen?

 

Schrijfopdracht Schrijvenonline.org #207

Al maanden maakt je leidinggevende het je veel lastiger dan nodig is. Hij komt zijn afspraken niet na, schuift werk in je handen of komt niet opdagen tijdens jullie ingeplande meetings. Het is vrijdagmiddag en hij vraagt je tien minuten voor het einde van de dag of je nog even wat met hem wilt doornemen. Wat gebeurt er? Beschrijf de volgende scène in max. 350 woorden.

 

 

Requiem voor een orchidee

‘We gaan een week naar zee,’ had de buurvrouw gezegd, ‘en nu zoeken we een oppas voor onze orchidee.’

‘Geen probleem’, had ik geantwoord, ‘ik zorg wel voor de plantjes.’

‘Maar ze kan niet tegen alleen zijn,’ had Esmée gehakkeld en ik had natuurlijk direct gezegd: ‘Och, breng haar dan maar bij mij.’

Ze stond op een tafeltje op een lichte plaats, maar niet direct in de zon. Vanuit haar bladerkroon verhief zich een enkele bloemstengel die licht doorboog onder het gewicht van een tiental bloemknoppen die op barsten stonden. ‘Ze houdt van klassiek – Pergolesi, Fauré – en van lieve woordjes bij het ontwaken,’ had Esmée nog gezegd.

Een paar dagen had ik het volgehouden. Terwijl mijn gezinsleden zich hoor- en merkbaar in andere delen van het huis ophielden, was ik stiekem naar de orchidee geslopen en had in het donker wat liefkozende woordjes gemurmeld. Ik had zelfs speciaal voor haar nieuwe koosnaampjes bedacht: ‘Schattebelletje, schetebeestje, schoon karamelletje.’ En echt, ik zag haar knoppen zwellen van plezier.

Maar op de vierde dag ging het verkeerd. Ik stond op het punt de deur uit te gaan toen een van de knoppen plotseling open barstte en zich razendsnel ontvouwde tot een knalgele ster. Vol trots kwam ik dichterbij maar ik werd weerhouden door een muffe, weeë geur die me bijna deed kokhalzen.

‘Stinkbeest!’ riep ik uit.

Prompt viel de bloem van de  steel.

Met mijn vingertoppen viste ik hem van de grond en spoelde het juweel zonder pardon in het prieel.

Wekelijkse schrijfopdracht #186– Zeerijm: Rijm kun je ook gebruiken om op een idee te komen voor een verhaal. Zoek rijmwoorden op het woord ‘zee’. Het mag ook halfrijm zijn zoals ‘steen’ of ‘keer’. Maak een lijstje van 10 spannende woorden. Maak een verhaal met deze woorden.

Left luggage

Het is zo’n koffertje zoals je wel op oude foto’s ziet. Zo’n hard leren oversized schoenendoosje met verstevigde hoeken en van die sluitingen die, als je met je duimen de ontgrendeling naar buiten schuift, met een klik openspringen. Gedragen door rijzige mannen met hoge hoeden of vrolijke juffrouwen met watergolfkapsels en wijd uitwaaierende rokken. Of meegevoerd in een stoet van grauwe jassen en gezichten met donkere schaduwen. Zo’n koffertje dat in niets lijkt op de grote rolcontainers waar de doorsnee reiziger van tegenwoordig zijn bagage in versleept.

Het staat bij het hek van het oude herenhuis aan de overkant, dat een paar dagen geleden is leeggehaald. Vergeten.

Al voor de derde ochtend, bij het opentrekken van de gordijnen, is mijn oog erop gevallen en heb ik me afgevraagd op wie het daar staat te wachten. Heb gezien hoe de meeste mensen er, zonder het op te merken, aan voorbijlopen. Hoe een oudere man het, na enige aarzeling, met zijn stok beroerde en een kind ertegen schopte. En dat het koffertje onwrikbaar is blijven staan.

En nu, op deze derde dag, steek ik de straat over. Blijf op een paar stappen afstand staan om te luisteren of het misschien tikt. Om te zien of er een naam opstaat, iets wat me gerust zou kunnen stellen. Ik vind niets.

Voorzichtig strek ik mijn hand uit, probeer de koffer aan het hengsel op te tillen, maar het lukt me nauwelijks. Met een plof valt hij terug op de grond.

Juist wanneer ik mijn telefoon tevoorschijn haal om een noodnummer te bellen klikt het deksel open. En voor mijn voeten ligt, in stukken, de afgebroken linker arm van de Venus van Milo.

Wekelijkse schrijfopdracht # 158 Schrijvenonline.org: Schrijf een verhaal over een oude koffer die je ergens vindt.

 

Afblijven!

Ik sta stil bij één van de kramen en laat mijn ogen dwalen over lampen, oude telefoons, koperen kapstokhaken, emaillen potten en pannen die ik nog van vroeger ken. Rommel wat in een bak met ongeregeld goed, steek mijn hand uit naar een Mariabeeld dat eenzaam tussen al die spullen staat en voel plotseling dat er naar me gekeken wordt. Hoor de stem die bij die blik hoort: ‘Afblijven. Je weet toch dat dat ding kan breken?’

Ik kijk op naar de verkoper – een al wat oudere man met een dikke oranje sjaal die in de schaduw van het tentdoek met een boek in een fauteuil zit en de indruk wekt dat hij zit te lezen.

Gerustgesteld til ik het beeldje op, maar dan vallen mijn ogen op het portret dat aan één van de balken van de kraam hangt. In het gerimpelde gezicht omrand door strak naar achter getrokken grijze haren en een nauwsluitende, gesteven witte kraag ontwaar ik de dwingende ogen van mijn moeder.

 

Opdracht #140 schrijvenonline.org: Op Koningsdag zijn er vele vrijmarkten met de meest uiteenlopende oude spullen. Je loopt rond en je oog valt op een bijzonder voorwerp: een beeldje, een boek, een kledingstuk of een … Schrijf een verhaal van waarin dat voorwerp tot leven komt in het heden of in het verleden.

Schaduwen achter matglas

Nu het nacht was, kon hij in zijn eentje over het erf zwerven, tussen de schuren en de kippenhokken, kon hij langzaam heen en weer lopen langs het met gele lantaarns verlichte hek, kon hij even gaan zitten op een omgekeerde kist bij de smederij en verzinken in nachtgedachten[1].

Zijn nachtgedachten draaiden om zijn vrouw Leila. Of beter gezegd, om het verraad van zijn vrouw Leila. En om de vraag hoe lang ze zou kunnen zwijgen. Of hoe lang híj zou kunnen zwijgen, over wat hij ontdekt had toen hij op een avond naar huis was teruggekeerd om een nieuwe batterij voor zijn zaklamp op te halen. De schaduwen van verstrengelde lichamen had gezien achter het matglas van de deur. Hoe hij gewacht had tot ze naar de woonkamer geschuifeld waren en hij tussen de gordijnen door had gezien dat ze het waren. Dat hij met stomheid was geslagen maar tegelijkertijd niet kon begrijpen dat hij het niet eerder had vermoed. Haar hernieuwde vitaliteit, de stralende ogen waarmee ze hem de nacht in zwaaide.

Waarom hij in vredesnaam was blijven staan toen beneden de lichten doofden en even later in de slaapkamer het nachtlampje werd aangeknipt. Zich voorstelde hoe zij zich voor hem uitkleedde – haar lippen op de zijne – en langzaam zijn overhemd losknoopte. Zijn broek afstroopte en zijn hemd over zijn hoofd streelde. En of het beter was te vragen of te zwijgen.

[1] Uit: ‘Onder vrienden’ van Amos Oz, blz 120/121.

 

Wekelijkse schrijfopdracht #115 door schrijfcoach Odile Schmidt (schrijvenonline.org):

Pak een lievelingsboek uit de kast, open het op een willekeurige bladzijde. Kies een zin als begin van een kort verhaal en schrijf het in maximaal 300 woorden. Let erop dat je jouw schrijfstijl aanpast aan de zin.

Voetbalgeschiedenis

WK 2014

Nederland – Mexico bij de stand 0-1

We zitten met zijn drieën op de bank. Voor de tv. Met het hoofd in de handen en de ellebogen op de knieën. En bereiden ons voor op de wissel die we over pakweg een kwartier moeten gaan maken: het oranjegevoel eruit, het rode duivelssentiment erin. De tweede keuze als schrale troost.

We tellen de minuten af. Nog zeven.

En dan dat schot  van Wesley Sneijder, de bal linea recta in het doel. We veren op. Het kán dus nog!

De spanning op de thuisbank stijgt. Minuten worden omgerekend naar seconden.

En dan ligt-ie daar ineens. Arjen Robben. Op de grasmat. Precies binnen de lijntjes. Het ging zodanig vlug dat we het niet eens zagen gebeuren. Voor we van onze verbazing zijn bekomen ligt de bal al op de stip.

We zien hoe Huntelaar zich opstelt achter de bal, zijn ogen gefixeerd op het doel. En hoe Mexicanen op de tribune hun gezicht verbergen achter hun handen. Wéten die niet dat Hollanders zo’n strafschop meestal missen?

En dan die aanloop. Dat schot. Het doelpunt. Armen gaan omhoog en onze zoon rent met een oude scheepstoeter het terras op om zijn vreugde over Brussel uit te blazen.

‘Had je het gedacht?’ vraag ik aan mijn echtgenoot.

‘ Ik niet,’  zegt hij. ‘En jij?’

‘Eerlijk gezegd … ‘ik ook niet.’

En nu kijken we uit naar onze gedroomde halve finale: Nederland-België. Als die droom uitkomt, kan de Cup ons bijna niet meer ontgaan.

Dus: ‘Hup Holland hup!’ En als dat teveel gevraagd is: ‘Vive les Diables Rouges!’

© 2014 Annet Buurman