Praatjes en gaatjes

Ik lig in de stoel en de tandarts vertelt me
wat hij heeft geconstateerd.

Meestal doet de patiënt zijn mond open
en is die van de tandarts dicht
maar bij deze zijn de rollen
omgedraaid.

‘U poetst niet goed,’ zegt hij.
Ik zwijg en kijk naar het weinige dat
van zijn gezicht nog zichtbaar is:
zijn ogen.

Hij toont me een versleten, veel te grote tandenborstel
en veronderstelt dat ik mijn tanden
met een gelijkaardig instrument bewerk.

Met een haakje schraapt hij wat tandsteen weg
en geeft een hoorcollege over de
ontstaansgeschiedenis.
Vertelt me dat ik niet dagelijks flos – wat waar is –
en of ik dan ook niet elke dag mijn oksels was.

Dat is een impertinente vraag, vind ik, maar toch
ik zwijg, want dat scheelt
een hoop discussie.

Als hij dan na een klein half uur eindelijk
uitgesproken is
heb ik toch nog een vraagje.

‘Heb ik ook gaatjes?’

‘Gaatjes?’ vraagt hij.
‘Nee. Geen gaatjes.’

Wekelijkse schrijfopdracht #282 schrijvenonline.org: schrijf een verhaal in dichtvorm

Aftellen naar middernacht

We zitten met zijn allen rond de tafel – lichten uit, kaarsen aan –, nippen van de dessertkoffie en prikken met onze vorkjes in de warme appelbollen. De gesprekken doven uit en stilte daalt neer. Straks zal pa op zijn horloge kijken, met een plechtig gebaar zijn servet opvouwen en rustig de tafel rondkijken. Iedereen weet dan hoe laat het is. Dat het moment is aangebroken waarop we allemaal onze voornemens voor het komende jaar uitspreken. Zodat je weet waarop je te pas en te onpas gecontroleerd zal worden. Genadeloos. Een heel jaar lang. ‘Op elkaar betrokken zijn’ noemt pa dat.

Sporten, stoppen met teveel drinken, ontspullen of onthaasten, voor alles geldt een controlemechanisme dat zich gemakkelijk kan meten met elk willekeurig dictatoriaal regime. Het ophangen van camera’s is weliswaar een stap te ver, maar verder kunnen de getuigen van de ronde tafel zich vrijwel alles veroorloven, van onaangekondigde huisbezoekjes via weegmomenten tijdens een verjaarsvisite tot het inzien van de weekplanning. Het kenmerk van een goed voornemen is in deze omstandigheden niet een beoogd positief effect, maar vooral de mate waarin je je privacy kan beschermen zonder de indruk te geven dat je iets te verbergen hebt.

Daar legt pa zijn servet al naast zijn bord en kijkt van Augusta naar Jan, van Bart naar mij en tenslotte naar onze moeder. Die vlijt haar handen in haar schoot. Gek eigenlijk dat onze ouders van goede voornemens gevrijwaard zijn. Wie heeft dat eigenlijk beslist?

Augusta komt natuurlijk met haar overtollige kilo’s. Bart wil, nu hij afgelopen jaar succesvol is gestopt met roken, komend jaar van de e-sigaret af zien te komen en Jan is van plan een nieuwe taal te leren. Zweeds of Portugees, welke weet hij nog niet. Hij heeft nog een klein half uur om zijn keuze te maken. En dan ben ik dus aan de beurt.

“Ik,” zeg ik en leg net als pa mijn servet opgevouwen naast mijn bord, “ga me volgend jaar van niemand iets aantrekken en me nergens voor verontschuldigen.”

Glimlachend kijk ik de tafel rond.

“Dat zijn twee voornemens,” zegt Bart die altijd als eerste spreekt.

“Jammer dan,” zeg ik. Bijna had ik ‘sorry’ gezegd.

“Egoïst,” sist Augusta die goed in de gaten heeft dat ik haar met mijn voornemen voor een jaar lang heb afgeschud.

“Knap bedacht,” zegt Jan en in zijn stem klinkt afgunst door.

Maar moeder fluistert terwijl ze vaders blik ontwijkt: “Dat had ik ook wel willen wensen.”

Ontroerd kijk ik haar aan en denk: “Ach mam, wat spijt me dat.”

Schrijvenonline.org opdracht #279: goede voornemens en wat daarvan terecht komt

Appeltaart

De tafel was gedekt. Het zilver blonk en de kristallen glazen twinkelden in het kaarslicht.

Op hun stoeltjes zaten zeven kleine mannetjes met gekamde baarden en rammelende magen te wachten op de laatste gast. Waar bleef dat mens?

Sneeuwwitje wierp een blik in de spiegel en zag dat ze nog steeds de mooiste was.

‘Wat eten we eigenlijk?’ riep ze naar de keuken.

‘Koninginnesoep, kalkoendij, cranberrysaus en puree met erwtjes,’ riep de prins terug.

‘Jippie, mijn lievelingseten! En wat hebben we als dessert?’

‘Je stiefmoeder neemt een lekker appeltaartje mee.’

Opdracht #275 schrijvenonline.org: beschrijf een ongewone kerst met in de hoofdrol een sprookjesfiguur of een stripheld.

Hemels theetje

Je zult me vast niet geloven. Ik geloof het zelf nauwelijks. Dus ik snap het wel als je me voor gek verklaart, rijp voor de psychiater. Maar wat ik nú heb meegemaakt …

Ik heb zo’n theepot met een dubbele wand. Zo’n glimmende, weet je wel, zo een waarin je je spiegelbeeld kunt zien. Een beetje vervormd natuurlijk – je krijgt zo’n langgerekt hoofd en je lichaam loopt taps toe – maar je ziet jezelf en niemand anders. Behalve vanmiddag dus.

Ik zat aan de eettafel, wilde mezelf een glas thee inschenken en ineens hoorde ik: ‘Ik lust ook wel.’ Ik schrok me een ongeluk, zette de pot neer en keek ernaar; in plaats van mezelf ontwaarde ik het gezicht van mijn oma.

Je denkt natuurlijk dat ik me vergiste, dat ik misschien veel op haar lijk. Of dat ik droomde, hoe vaak gebeurt het niet dat je een droom nauwelijks van de realiteit kunt onderscheiden? Maar toen zei ze: ‘Je hoeft geen extra glas te halen, hoor. Ik drink wel uit mijn eigen kopje.’

Ze stak haar hand uit de pot en zette een porseleinen kop en schotel voor mijn neus. Verbouwereerd schonk ik in. We babbelden wat over vroeger en over hoe het nu met haar gaat daar boven  – kon niet beter, volgens haar. En toen bracht ze het kopje naar haar mond en nipte ervan. Ik daarentegen kreeg geen slok door mijn keel.

Toen het leeg was, zei ze: ‘Zo ik ga maar weer.’

Ze verdween, maar liet haar kopje achter.

Opdracht #274 Schrijvenonline. org: schrijf een verhaal van 300 woorden in onze normale wereld, maar waarin iets gebeurt dat helemaal niet kan.

Doodgaan in drie bedrijven

Voor de tweede keer dat jaar was hij aanwezig bij zijn eigen begrafenis. Zo voelde het althans.

Eerst het afscheid bij de krant. Meer dan dertig jaar was hij behandeld als een soort reclamefolderbezorger – ‘Goed dat je dit aanbrengt, Joop, maar we doen er nu even niks mee – maar in de afscheidsspeech van de hoofdredacteur werd hij gepromoveerd tot een onmisbare inspirator en vernieuwer zonder wie de krant allang onder de groene zoden lag. O, wat zouden ze hem missen. Alsof ze hem niet maandenlang achtervolgd hadden met fantastische afvloeiingsregelingen of once-in-a-lifetime aanbiedingen die hij echt niet kon weigeren. Als hij maar oprotte. Het ontbrak er nog aan dat ze in tranen uitbarstten.

Hij had zichzelf nog zo beloofd dat hij niet nóg eens vrijwillig naar zijn eigen grafrede zou gaan zitten luisteren, maar toen kegelden ze hem ook nog uit het bestuur van de partij waarvoor hij de benen uit zijn gat gelopen had. Omdat ze wisten van zijn voornemen, maakten ze er een verrassingsfeestje van. Geen loftuitingen – daar hield Joop per slot van rekening niet van – maar wel wat aandacht voor het leven ná dit leven. De voorzitter veronderstelde dat Joop nu wat meer tijd zou hebben voor zijn kleinkinderen en gaf hem voor de twee peuters van zijn dochter zes kleurpotloden en een gele auto mee. Op de onvermijdelijke envelop met inhoud was een otter getekend. De hint was duidelijk: dan kon hij eens gezellig met dat jong grut naar de dierentuin.

Na het applaus vroeg Joop het woord. Hij bedankte de aanwezigen hartelijk en had ook een verzoek: ‘Mag ik misschien bij het volgende afscheid het lijk zijn?’

Wekelijkse opdracht #262 schrijvenonline.org

Schrijf een kort verhaal met de volgende elementen: Een reclamefolderbezorger, twee peuters, een gele auto, zes kleurpotloden, een otter.

De eerste zin: Voor de tweede keer dat jaar was hij aanwezig op zijn eigen begrafenis…

Vijf over twaalf

1 maart 2039

Met de stijfheid ging het vandaag gelukkig een stuk beter dan gisteren. Die oefeningen, ’s morgens voor ik mijn bed uit rol, helpen goed; eerst fiets ik wat in de lucht. Dan zwieper ik mijn benen over de rand van het bed zodat ik bijna vanzelf tot zit kom – trucje van de fysio-digipeut. Ik probeer altijd mijn voeten in één vloeiende beweging in mijn pantoffels te krijgen; hoe oud een mens ook wordt, hij heeft zijn uitdagingen nodig 🙂

Vanavond heb ik een reportage bekeken over de klimaatspijbelaars van twintig jaar geleden. En hoe die uiteindelijk een hele generatie politici voortijdig op pensioen hebben gestuurd, ook al was dat destijds nog tegen de trend in.
Ik weet nog goed hoe ik daar zelf liep tijdens een van die grote klimaatmarsen in Brussel, met mijn karton waarop ik een poging had gedaan een wereldklok te tekenen. De tijd: vijf over twaalf. En een demonstrant die me daarover aansprak. Hij dacht dat ik me in het uur vergist had.

Vanavond ga ik niet te laat naar bed.
Vóór twaalven lig ik erin…

Schrijvenonline opdracht # 235: Schrijf in 300 woorden een pagina uit je dagboek van 2039.

Het laatste uur van Sjmoëel Asj

Sjmoeël Asj richtte zich op, reikte naar de krukken die in een soort paraplubak naast zijn rieten ligbank stonden en trok zich moeizaam overeind. Stapte voetje voor voetje naar zijn bureau en dacht aan Gersjom Wald, de oude getekende man die hij meer dan vijftig jaar geleden drie maanden lang dagelijks van vijf uur ’s middags tot elf uur in de avond gezelschap had gehouden. Luisteren naar zijn theorieën over zionisme en hem van repliek dienen, dat was waarvoor hij aangenomen was. Luisteren en tegenspreken. Omdat tegenspraak een mens in leven hield.
En aan Atalja natuurlijk. Dochter van Sjealtiël Abarbanel, schoondochter van Gersjom en weduwe van Micha. Atalja die hem gedoogd had, aangetrokken, verzorgd, bemind en weggestuurd.
‘Misschien ga je op een dag nog eens iets voor ons schrijven over die armzalige joden en veroordeel je hun armzaligheid van geest,’ had Gersjom gezegd. ‘Misschien verwerk je ook Judas Iskariot in je verhaal.’
Meer dan over verraad te schrijven was Sjmoeël een verrader gewórden. Verrader van zijn opdracht helderheid te verschaffen. Verraad aan Atalja, die hij had willen verlossen uit haar kille cynisme. Aan wie hij heimelijk beloofd had haar niet te zullen vergeten maar aan wie hij jarenlang niet had gedacht.
Geen haar beter was hij dan Sjealtiël Abarbanel, die de stichting van de staat Israël veroordeeld had maar na zijn dood geen snipper van zijn beweegredenen had nagelaten. Geen spaan wijzer dan Jezus, die zich door Judas om de tuin had laten leiden en dat pas beseft had in zijn stervensuur. Of dan Judas, die op datzelfde moment begrepen had dat hij vooral zichzelf verraden had.
Voorzichtig liet Sjmoeël zich op de stoel zakken en steunde met zijn ellenbogen op het bureaublad. Keek naar de oude telefoon, nam de hoorn van de haak en beroerde even de draaischijf, maar besloot dat er niets meer te zeggen viel. Een kruk gleed op de grond. Sjmoeël boog zijn hoofd, sloot zijn ogen en blies voor de laatste keer zijn adem uit.

#188 Hoe laat jij iemand sterven in een verhaal? Schrijf een sterfscène in 350 woorden. Gebruik een personage uit een verhaal dat je zelf schreef, of neem een personage uit één van je lievelingsboeken.

Boek: ‘Judas’ van Amos Oz

Lekker spetteren

‘Het is zij eruit of ik eruit’, zegt Bart iets te luid voor een privégesprek. In een paar teugen klokt hij zijn Orval naar binnen, zet het glas met een klap op de toog en gebaart naar de barkeeper dat hij er nog een wil.

‘Sst,’ sist Jenny. ‘De hele kroeg hoeft het niet te horen…’

‘Hoezo sst. Ik heb genoeg van dat ge-sst. Sst Bart, je maakt moeder wakker. Sst Bart, denk aan de buren. Sst Bart, straks denken de mensen nog dat we haar mishandelen. Sst Bart…

‘Sst,’ sist Jenny en de spetters vliegen in het rond.

‘Het kan me geen moer schelen wat de mensen denken. Dat wijf gaat eruit!’

‘Een beetje meer respect, zeg. Ik ga haar echt niet zomaar op straat zetten,’ fluisterde ze zo hard als ze kon. Schichtig kijkt ze om zich heen; iedereen is druk in gesprek. Ergens wordt gelachen.

‘Al was ze de koningin van Sheba’ vlamt hij, ‘ze gaat eruit!’

Machteloos wendt Jenny haar ogen af en kijkt naar de barkeeper die het lege glas van de toog neemt en er een vol voor in de plaats zet. Hij geeft Bart een knipoog en grinnikt:

‘Uw schoonmoeder zeker?’

Schrijvenonline.org #213 Twee personen die een relatie hebben, zitten aan een bar. Er ontstaat een woordenwisseling. Een personage schaamt zich voor de andere bezoekers en wil de ruzie sussen. Het andere personage gooit juist olie op het vuur.

Varkens

‘Heb je nog even?’

Achteloos, als smeet ze een dossiermap op mijn bureau, slingerde ze die vraag mijn kamer binnen.

Ik was juist bezig mijn spullen op te ruimen en had de computer afgesloten. Grabbelde in mijn handtas naar een spiegeltje en zette mijn lippen kersenrood aan. Keek op mijn smartphone; ik had nog tien minuten. En deze keer liet ik me door niemand tegenhouden. Om vijf uur stipt stond ik op straat en begon mijn eigen leven.

‘Evelyne, kom je even?’ klonk het dringender nu uit de kamer van de directrice. ‘Ik heb even je hulp nodig.’

‘Een momentje, Lidy,’ riep ik terug, gooide de make-upspulletjes in mijn tas, trok mijn jas aan en stapte de gang op. Sloeg, iets luider dan noodzakelijk, de deur achter me dicht en stapte tot aan de directiekamer. Bleef in de deuropening staan.

‘Print je die concept-nota Vaccinatieschema’s in de varkenssector even uit? Dan kunnen we die nog even doornemen.’

‘Die nota kun je vinden in het document Ministerie van Landbouw, map Varkenssector,’ zei ik zo kordaat mogelijk.

‘Dat weet ik, Evelyne. Print hem even uit, wil je.’

Dit leek me een typisch geval voor de techniek van de kapotte grammofoonplaat die we tijdens de assertiviteitstraining geoefend hadden, dus herhaalde ik zonder al teveel acht te slaan op het trillen van mijn benen:

‘Die nota staat in het document Ministerie van Landbouw, in de map Varkenssector.’

Verstoord keek ze op.

‘Er is haast bij, Evy. Het had eigenlijk gisteren al verstuurd moeten zijn.’

‘Je kunt die nota vinden in het document Ministerie van Landbouw, in de map Varkenssector,’ perste ik er met de moed der wanhoop uit, maar ik liet mijn tas al van mijn schouder glijden.

‘Hoepel maar op,’ brieste Lidy. ‘Dan doe ik het wel alleen.’

Beduusd liep ik naar de lift. Had ik het nu tóch voor elkaar gekregen?

 

Schrijfopdracht Schrijvenonline.org #207

Al maanden maakt je leidinggevende het je veel lastiger dan nodig is. Hij komt zijn afspraken niet na, schuift werk in je handen of komt niet opdagen tijdens jullie ingeplande meetings. Het is vrijdagmiddag en hij vraagt je tien minuten voor het einde van de dag of je nog even wat met hem wilt doornemen. Wat gebeurt er? Beschrijf de volgende scène in max. 350 woorden.

 

 

Requiem voor een orchidee

‘We gaan een week naar zee,’ had de buurvrouw gezegd, ‘en nu zoeken we een oppas voor onze orchidee.’

‘Geen probleem’, had ik geantwoord, ‘ik zorg wel voor de plantjes.’

‘Maar ze kan niet tegen alleen zijn,’ had Esmée gehakkeld en ik had natuurlijk direct gezegd: ‘Och, breng haar dan maar bij mij.’

Ze stond op een tafeltje op een lichte plaats, maar niet direct in de zon. Vanuit haar bladerkroon verhief zich een enkele bloemstengel die licht doorboog onder het gewicht van een tiental bloemknoppen die op barsten stonden. ‘Ze houdt van klassiek – Pergolesi, Fauré – en van lieve woordjes bij het ontwaken,’ had Esmée nog gezegd.

Een paar dagen had ik het volgehouden. Terwijl mijn gezinsleden zich hoor- en merkbaar in andere delen van het huis ophielden, was ik stiekem naar de orchidee geslopen en had in het donker wat liefkozende woordjes gemurmeld. Ik had zelfs speciaal voor haar nieuwe koosnaampjes bedacht: ‘Schattebelletje, schetebeestje, schoon karamelletje.’ En echt, ik zag haar knoppen zwellen van plezier.

Maar op de vierde dag ging het verkeerd. Ik stond op het punt de deur uit te gaan toen een van de knoppen plotseling open barstte en zich razendsnel ontvouwde tot een knalgele ster. Vol trots kwam ik dichterbij maar ik werd weerhouden door een muffe, weeë geur die me bijna deed kokhalzen.

‘Stinkbeest!’ riep ik uit.

Prompt viel de bloem van de  steel.

Met mijn vingertoppen viste ik hem van de grond en spoelde het juweel zonder pardon in het prieel.

Wekelijkse schrijfopdracht #186– Zeerijm: Rijm kun je ook gebruiken om op een idee te komen voor een verhaal. Zoek rijmwoorden op het woord ‘zee’. Het mag ook halfrijm zijn zoals ‘steen’ of ‘keer’. Maak een lijstje van 10 spannende woorden. Maak een verhaal met deze woorden.