Het smalste stuk

Hij ergert zich aan engtes.

Bushaltes met teveel wachtende reizigers op te smalle trottoirs, te nauwe doorgangen in de supermarkt waar pallets en winkelwagens hem hinderlijk in de weg staan. Koffers in het gangpad, schoenen op de trap. En nu sta ík weer eens de opening van de keukendeur te blokkeren.

‘Waarom staat iedereen altijd op het smalste stuk?’ moppert hij.

Maar ik begin te stralen, strek mijn armen naar hem uit en zeg, terwijl ik hem omhels:

‘Niets liever dan jou tegenkomen op het smalste stuk!’

De gluurder

De mail van de juf aan de bibliotheek was duidelijk:

Een oude man aan de overkant schoot vanuit zijn raam plaatjes van onze klas toen we de  bieb verlieten. We schakelen de politie in.

‘Ik zal met hem gaan praten,’ mailde ik terug.

Nu zit ik met haar klacht in zijn woonkamer. Over zijn bril heen kijkt hij me aan met een mengeling van verbazing en verdriet.

‘Mijn vader doet geen kwaad,’ komt zijn dochter tussenbeide en in haar ogen deemstert spijt.

‘Zijn herinneringen zitten in de foto’s. Zonder die foto’s is hij zijn geheugen kwijt.’

Geluksmuntje

Met een metaaldetector in de ene en een schepje in de andere hand zoekt hij de bosgrond af.

‘Wat zoekt u?’ vraag ik.

‘Ik zoek munten,’ antwoordt hij en uit zijn accent begrijp ik dat hij niet van hier is.

‘Heeft u al veel gevonden?’

Hij legt zijn gereedschap neer en diept uit zijn zak wat kleingeld op. Kiest een 50-centsstuk uit en steekt het me toe.

‘Voor u,’ zegt hij simpelweg.

Met een glimlach neem ik het aan en zeg:

‘Gelukkig nieuwjaar.’

Vogel voor de kat

Ze ligt op het tuinpad. Op haar zij. Niets aan haar beweegt. Alleen haar ene oogje gaat even open en weer dicht.

Voorzichtig neem ik haar in mijn hand en voel hoe haar hartje jaagt. Vol angstig leven is ze, maar wegvliegen kan ze nog niet.

Van een rieten mandje maak ik een nestje en vlij haar er zachtjes in. Stel haar veilig voor de kat. In de verte hoor ik haar vriendjes kwetteren.

Dan richt ze zich op en strijkt haar vleugels glad. Ze laat een windje, springt het mandje uit en verdwijnt onder de hortensia.

IJsklontjes tikkelend tegen het glas

‘Als je het hoofd maar koel houdt.’ Puffend veegt ze het zweet van haar gezicht.

Ik nip van mijn muntthee en denk aan ijsklontjes tikkelend tegen het glas, bevroren rivieren, eindeloze sneeuwvlaktes met poolhonden die de rijp uit hun vacht schudden, …

Denken aan koude dingen helpt.

Lui pak ik de krant en zie hoe een afgebroken ijsschots hoog uittorent boven een dorpje in Groenland.

Zelfs het nieuws doet mee, denk ik nog loom. Dan realiseer ik me wat ik daar lees.

En kan ik opnieuw beginnen met het denken aan koude dingen.

Carolien

‘Dag Harry, dit is Carolien. Zo Carolien, dit is je vader.’
Als vanuit het niets toverde ze een pukkelig wezen tevoorschijn.
‘Ze wilde het zelf,’ beet ze hem toe en verliet daarna op hoge hakken het cafeetje.
‘Nou, ga dan maar zitten,’ zei hij en onwillekeurig zocht hij in haar gezicht naar iets wat op hem leek.
Hij hád geen dochter. Ook geen zoon trouwens. Na Gerda had hij met niemand ooit nog iets gehad.
Carolien keek hem vorsend aan, alsof ze een besluit moest nemen.
‘Nou pa,’ zei ze tenslotte, ‘ik lust wel cola.’

sms-reisverslag

Sms reisverslag

 

09.45   IC Brussel-Zuid, spoor 15

Ik zit in zo’n mooie nieuwe blauw-gele NS-trein

09:37

 

.               Lijkt me iets voor een ultrakort verhaal …

.              09:39

 

You read me

09:41

 

Het ticket is niet volledig uitgeprint. QR-code ontbreekt

10:15

 

.               Maar ik heb wel een QR-code op mijn scherm …

.               10:18

 

Afdrukstand was verkeerd. Moet verticaal

10:24

 

.              Dan kan je Rotterdam Centraal Station niet uit

.              10:28

 

Inderdaad. Gelukkig heb ik een Hollandse mond …

10:31

 

… en ik geef jou de schuld 🙂

10:33

 

 

Dorst

Ze stapte in bij tramhalte Boetendaal, een Afrikaanse mama met haar kleine jongen, en parkeerde de buggy op een staanplaats.

Het jongetje huilde. Zijn mama pakte hem op en nam hem in haar armen.

Driftig woelde hij haar sjaal los en graaide in haar décolleté. Ze protesteerde zacht maar liet hem begaan. Ze verdwenen in hun eigen kleine wereld – de zoon en zijn zogende moeder.

Toen hij voldaan was, sloot ze haar jas en legde hem tevreden terug in zijn koets.

Bij Hallepoort stapten ze uit. De tram reed verder alsof er niets was gebeurd.

Brusselse erwtensoep

We stonden achter elkaar in de rij voor de weegschaal van de groente-afdeling, twee Hollandse madammen in een Brusselse supermarkt. Zij met een prei in haar hand, ik met een prei en een winterpeen.

Buiten was het november.

‘Ik ga erwtensoep maken,’ zei ik tegen haar rug.

Verrast draaide ze zich om en lachte toen ze me herkende.

‘Dat is toevallig,’ riep ze uit. ‘Ik ook.’

De brievenbus

Zonder vragen deed ze wat hij haar vroeg. Als het hem gerust kon stellen, deed ze het gewoon. Ook al was hij het na een paar minuten al vergeten en zou hij het opnieuw vragen.

Soms dacht ze: ‘Deze keer doe ik het niet. Deze keer loop ik naar de gang, wacht bij de deur en kom weer terug.’

Maar hij liet zich niet misleiden. Hij moest haar naar buiten zien lopen. Zien dat ze de brievenbus opende, zich naar hem toekeerde en haar hoofd schudde. Ook al wisten ze allebei dat de postbode vandaag niet meer zou komen.