Spartelen

Op een zonnige zomerdag vloog een zwart kevertje tegen de parasol, tuimelde langs het scherm naar beneden en belandde, op zijn rug, op de stalen sierbalk van het terras. Al spartelend wist het zich om te draaien, maar zijn pootjes kregen geen grip op het gladde staal.  

Pardoes gleed het van de balk in een richel, waar het werd opgevangen in een net van ragfijne draden. Een spinnetje spoedde zich naar de plek des onheils en zwachtelde genadeloos het zwarte kevertje in.

Te grazen

Het gekrijs van vogels lokt me naar buiten.
Staande op mijn balkon zie ik hoe op het gras beneden mij een houtduif, weerloos op zijn rug, belaagd wordt door een bende kraaien.
Donsveertjes vliegen in het rond, zijn kaal gepikte hals rozig bebloed.
Wanhopig wapperend met zijn vleugels weet hij zich om te draaien en weg te vluchten naar de bomen aan de overkant.

Het is maar voor even. Dan stijgen ook de zwarte jagers op en zetten de achtervolging in.
En rusten niet voordat het krijten van de duif is weggestorven.

Er is meer tussen boe en ba

De ouwe Gijs hield van sterke verhalen. Na een neutje of wat gingen de sluizen open en vertelde hij het ene na het andere. Dat hij het geblaf van een herdershond zo goed kon nabootsen dat hij dieven ermee van het erf hield, dat hij zijn schapen leerde zwemmen zodat ze zichzelf konden redden als ze eens in de sloot vielen of dat hij zonder mankeren zijn kippen eigenhandig de nek omdraaide. Dat laatste had waar kunnen zijn, ware het niet dat zijn vrouw Griet geschamperd had: ‘Jij slaat nog geen mug dood zonder er nachtmerries van te krijgen. Die kippen heb ik met deze eigenste blote handen te grazen genomen.’
Maar dit verhaal vertelde hij aan de koffietafel, na kerktijd, met een zuiver zieltje en nog geen alcohol in het glas gehad.

‘We waren nog niet lang getrouwd toen Griet me op een nacht wakker maakte.’
‘Je loeide,’ zei ze.
‘Kwam het niet van buiten?’
‘Het leek binnen.’
We zaten rechtop in bed en luisterden ingespannen. Op het geluid van een brommer in de verte na was het volkomen stil.
‘Ik zal wel gesnurkt hebben terwijl jij over koeien droomde,’ zei ik.
‘Ik droomde niet,’ zei ze verongelijkt.
We kropen weer onder de dekens, ik draaide me op mijn zij en was binnen een mum van tijd  vertrokken. Maar toen gebeurde het. In mijn slaap schommelde één van de koeien naar me toe, en begon tegen me te praten.
Een por in mijn zij.
‘Je deed het weer!’
‘Wat?’ zei ik slaapdronken.
‘Je loeide. Nu weet ik zeker dat jij het was.’
Ik stapte mijn bed uit en trok mijn kleren aan.
‘Wat ga je doen?’
‘Ik ga even bij Bella 3 kijken.’
Het was nog vroeg in de ochtend. De zon kwam net kijken en dauw lag op het veld. Ik opende het hek en liep de wei in.
Bella 3 draaide haar schonkige lichaam en sjokte me tegemoet. Zachtjes begon ze tegen me te loeien en ik begreep haar boe voor boe.

‘Bijzonder,’ zei Erica terwijl ze in haar lege kopje roerde.
‘Ongelofelijk,’ zei Frits en ontweek het om Gijs aan te kijken.
‘Wat zei ze, Gijs,’ vroeg Roland met een knipoog naar de anderen.
Zwijgend keek Gijs de kring rond. Toen zei hij:
‘Bella heeft me in detail verteld hoe een koe een haas vangt.’

#346 schrijvenonline.org: een boer (m/v) ontwikkelt de gave om telepatisch met koeien te communiceren. Schrijf een verhaal met humor

Spinnen voor twee

Het was dus géén droom!
In plaats van twee armen en twee benen heb ik nu acht kriebelpoten! En dat heeft voordelen! De kans dat ik met het verkeerde been uit bed stap is nu bijvoorbeeld fors gereduceerd.
Opgewonden laat ik me neerzakken langs mijn zelf gesponnen draad en trippel razendsnel over de gladde parketvloer naar de keuken.
Daar drentelt de kat al miauwend heen en weer. Ze wil melk en kattenbrokjes. Het is de eerste keer vandaag dat ik met mijn neus – waar die ook zit – op de beperkingen van het spin-zijn word gedrukt.

Een web maken stond altijd al op mijn bucketlist. Iets in me zegt dat vandaag het moment is.
Ik vind een kier in het raamkozijn boven het aanrecht waar ik precies doorheen kan en begin aan het weefwerk. Waar die draden plotseling vandaan komen weet ik niet, maar ze zijn er. Als een Tarzan slinger ik heen en weer. Hoewel het resultaat wat rommelig oogt, vang ik er een uurtje later toch een vlieg in.
Als een volleerde spin pak ik hem in, maar de zin om hem leeg te zuigen ontbreekt me. Daarvoor is de herinnering aan een beschuitje met marmelade toch te vers.

De kat is door het kattenluik naar buiten geglipt en heeft een vogel te pakken. Meedogenloos scheurt ze hem aan flarden, en eet er dan de helft van op.
Likkebaardend springt ze bij me op de vensterbank, rolt zich op in het vroege zonlicht en begint te snorren.
Ik herstel de schade aan mijn web en denk: nu spinnen we allebei.

Opdracht #339 schrijvenonline.org: op een dag word je wakker in bed als een kleine spin. Hoe ziet jouw dag er verder uit?

Stamppotje

‘Het stinkt hier,’ zegt Nick.
We lopen in het Ter Kamerenbos. Sinds het afgesloten is voor auto’s, is het aaneengesloten wandelgebied twee keer zo groot geworden.
De stilte is vervuld van fijne bosgeluiden; het geritsel van bladeren waartussen we kleine diertjes  vermoeden en het getjilpt van vogels die we eerder nooit hoorden. Hoe mooi omranden de naaldbomen de weg waarlangs we altijd reden? En kijk hoe jonge scheuten opschieten tussen de beukenbomen.
Een eethuisje breidt zijn terras uit, zet vrolijke roden stoeltjes neer en parasols. Vanuit de verte hoor je al het gezellige geroezemoes en live-muziek, zie je de lichtjes dansen tussen de bomen.
En dan die geuren … De zoete vlierbes in het voorjaar, het opgeschoten gras, en nu verdorrend blad en paddenstoelen.

‘Je ruikt de herfst,’ zeg ik.
Maar dan vermengt de herfstgeur zich met een zure verrottingslucht die mijn maag doet omkeren.
‘Jakkes!’ Waar komt dát vandaan?’
‘Van dat kleine mannetje dat je bijna vertrapt,’ klinkt een raspend stemmetje vanaf schoenhoogte.
‘Wat?’ zeg ik en kijk naar beneden. Vlak voor mijn schoen staat een figuurtje met een baard en een rode puntmuts. Hij doet een paar stappen achteruit om zich in veiligheid te brengen, zwaait met zijn vuist en kijkt me woedend aan.
‘Wil je weleens uitkijken waar je loopt! Barbaar!’
‘Je hoeft niet zo te schreeuwen,’ zeg ik verbouwereerd.
‘Ik schreeuw helemaal niet,’ zegt Nick. Hij pakt mijn arm.
‘Kom,’ zegt hij, ‘we gaan verder. Voor ik ga braken.’
Hij tilt zijn rechter voet met wandelschoen maat 45 op en …

‘Kijk uit!!!’ roep ik nog.
Te laat.

Opdracht #321 schrijven.online: Herfst. Je maakt een wandeling door het bos. Plots duikt er een kabouter voor je neus. Alleen jij kan hem zien, met hem praten etc. en bovendien stinkt het kleine ding verschrikkelijk.
Wat doe je? Praat je met de kabouter, poog je je gezelschap te overtuigen dat je niet gek bent geworden, of…

Praatjes en gaatjes

Ik lig in de stoel en de tandarts vertelt me
wat hij heeft geconstateerd.

Meestal doet de patiënt zijn mond open
en is die van de tandarts dicht
maar bij deze zijn de rollen
omgedraaid.

‘U poetst niet goed,’ zegt hij.
Ik zwijg en kijk naar het weinige dat
van zijn gezicht nog zichtbaar is:
zijn ogen.

Hij toont me een versleten, veel te grote tandenborstel
en veronderstelt dat ik mijn tanden
met een gelijkaardig instrument bewerk.

Met een haakje schraapt hij wat tandsteen weg
en geeft een hoorcollege over de
ontstaansgeschiedenis.
Vertelt me dat ik niet dagelijks flos – wat waar is –
en of ik dan ook niet elke dag mijn oksels was.

Dat is een impertinente vraag, vind ik, maar toch
ik zwijg, want dat scheelt
een hoop discussie.

Als hij dan na een klein half uur eindelijk
uitgesproken is
heb ik toch nog een vraagje.

‘Heb ik ook gaatjes?’

‘Gaatjes?’ vraagt hij.
‘Nee. Geen gaatjes.’

Wekelijkse schrijfopdracht #282 schrijvenonline.org: schrijf een verhaal in dichtvorm

Aftellen naar middernacht

We zitten met zijn allen rond de tafel – lichten uit, kaarsen aan –, nippen van de dessertkoffie en prikken met onze vorkjes in de warme appelbollen. De gesprekken doven uit en stilte daalt neer. Straks zal pa op zijn horloge kijken, met een plechtig gebaar zijn servet opvouwen en rustig de tafel rondkijken. Iedereen weet dan hoe laat het is. Dat het moment is aangebroken waarop we allemaal onze voornemens voor het komende jaar uitspreken. Zodat je weet waarop je te pas en te onpas gecontroleerd zal worden. Genadeloos. Een heel jaar lang. ‘Op elkaar betrokken zijn’ noemt pa dat.

Sporten, stoppen met teveel drinken, ontspullen of onthaasten, voor alles geldt een controlemechanisme dat zich gemakkelijk kan meten met elk willekeurig dictatoriaal regime. Het ophangen van camera’s is weliswaar een stap te ver, maar verder kunnen de getuigen van de ronde tafel zich vrijwel alles veroorloven, van onaangekondigde huisbezoekjes via weegmomenten tijdens een verjaarsvisite tot het inzien van de weekplanning. Het kenmerk van een goed voornemen is in deze omstandigheden niet een beoogd positief effect, maar vooral de mate waarin je je privacy kan beschermen zonder de indruk te geven dat je iets te verbergen hebt.

Daar legt pa zijn servet al naast zijn bord en kijkt van Augusta naar Jan, van Bart naar mij en tenslotte naar onze moeder. Die vlijt haar handen in haar schoot. Gek eigenlijk dat onze ouders van goede voornemens gevrijwaard zijn. Wie heeft dat eigenlijk beslist?

Augusta komt natuurlijk met haar overtollige kilo’s. Bart wil, nu hij afgelopen jaar succesvol is gestopt met roken, komend jaar van de e-sigaret af zien te komen en Jan is van plan een nieuwe taal te leren. Zweeds of Portugees, welke weet hij nog niet. Hij heeft nog een klein half uur om zijn keuze te maken. En dan ben ik dus aan de beurt.

“Ik,” zeg ik en leg net als pa mijn servet opgevouwen naast mijn bord, “ga me volgend jaar van niemand iets aantrekken en me nergens voor verontschuldigen.”
Glimlachend kijk ik de tafel rond.
“Dat zijn twee voornemens,” zegt Bart die altijd als eerste spreekt.
“Jammer dan,” zeg ik. Bijna had ik ‘sorry’ gezegd.
“Egoïst,” sist Augusta die goed in de gaten heeft dat ik haar met mijn voornemen voor een jaar lang heb afgeschud.
“Knap bedacht,” zegt Jan en in zijn stem klinkt afgunst door.
Maar moeder fluistert terwijl ze vaders blik ontwijkt: “Dat had ik ook wel willen wensen.”
Ontroerd kijk ik haar aan en denk: “Ach mam, wat spijt me dat.”

Schrijvenonline.org opdracht #279: goede voornemens en wat daarvan terecht komt

Appeltaart

De tafel was gedekt. Het zilver blonk en de kristallen glazen twinkelden in het kaarslicht.
Op hun stoeltjes zaten zeven kleine mannetjes met gekamde baarden en rammelende magen te wachten op de laatste gast. Waar bleef dat mens?
Sneeuwwitje wierp een blik in de spiegel en zag dat ze nog steeds de mooiste was.
‘Wat eten we eigenlijk?’ riep ze naar de keuken.
‘Koninginnensoep, kalkoendij, cranberrysaus en puree met erwtjes,’ riep de prins terug.‘Jippie, mijn lievelingseten! En wat hebben we als dessert?’
‘Je stiefmoeder neemt een lekker appeltaartje mee.’

Opdracht #275 schrijvenonline.org: beschrijf een ongewone kerst met in de hoofdrol een sprookjesfiguur of een stripheld.

Hemels theetje

Je zult me vast niet geloven. Ik geloof het zelf nauwelijks. Dus ik snap het wel als je me voor gek verklaart, rijp voor de psychiater. Maar wat ik nú heb meegemaakt …

Ik heb zo’n theepot met een dubbele wand. Zo’n glimmende, weet je wel, zo een waarin je je spiegelbeeld kunt zien. Een beetje vervormd natuurlijk – je krijgt zo’n langgerekt hoofd en je lichaam loopt taps toe – maar je ziet jezelf en niemand anders. Behalve vanmiddag dus.

Ik zat aan de eettafel, wilde mezelf een glas thee inschenken en ineens hoorde ik: ‘Ik lust ook wel.’ Ik schrok me een ongeluk, zette de pot neer en keek ernaar; in plaats van mezelf ontwaarde ik het gezicht van mijn oma.

Je denkt natuurlijk dat ik me vergiste, dat ik misschien veel op haar lijk. Of dat ik droomde, hoe vaak gebeurt het niet dat je een droom nauwelijks van de realiteit kunt onderscheiden? Maar toen zei ze: ‘Je hoeft geen extra glas te halen, hoor. Ik drink wel uit mijn eigen kopje.’

Ze stak haar hand uit de pot en zette een porseleinen kop en schotel voor mijn neus. Verbouwereerd schonk ik in. We babbelden wat over vroeger en over hoe het nu met haar gaat daar boven  – kon niet beter, volgens haar. En toen bracht ze het kopje naar haar mond en nipte ervan. Ik daarentegen kreeg geen slok door mijn keel.

Toen het leeg was, zei ze: ‘Zo ik ga maar weer.’

Ze verdween, maar liet haar kopje achter.

Opdracht #274 Schrijvenonline. org: schrijf een verhaal van 300 woorden in onze normale wereld, maar waarin iets gebeurt dat helemaal niet kan.