Trouwdag

Haar ogen strelen de japon. Met bevende vingers maakt ze de rits los en neemt hem van de hanger. Legt hem voorzichtig op bed, als was het haar geliefde.

Ze stapt uit haar nachtkleed en trekt de japon aan, doet geen moeite de rits te sluiten. Soepel valt de ivoor zijden stof om haar heen.

Draaiend voor de spiegel denkt ze zich zestig jaar jonger. Ze straalt. Straks zal hij komen.

Dan zet ze zich in een fauteuil bij het raam, drapeert de jurk over haar knieën en wacht en wacht en wacht …

Het geheim van de vlierbes

Ik loop het bospad af en merk niet dat mijn handen verschrompeld zijn tot vuisten.

Dan zie ik de vlierboom. Aan het eind van het pad staat ze, midden tussen de andere bomen, uitbundig te bloeien.

Zachtjes loop ik op haar toe, open mijn handen en reik, staande op de tippen van mijn tenen, naar een van haar takken. Trek hem naar me toe en verberg mijn gezicht in de geurige bloesem.

Mijn spieren ontkrampen en dankbaar snuif ik het zoete lieve leven in.

Het smalste stuk

Hij ergert zich aan engtes.

Bushaltes met teveel wachtende reizigers op te smalle trottoirs, te nauwe doorgangen in de supermarkt waar pallets en winkelwagens hem hinderlijk in de weg staan. Koffers in het gangpad, schoenen op de trap. En nu sta ík weer eens de opening van de keukendeur te blokkeren.

‘Waarom staat iedereen altijd op het smalste stuk?’ moppert hij.

Maar ik begin te stralen, strek mijn armen naar hem uit en zeg, terwijl ik hem omhels:

‘Niets liever dan jou tegenkomen op het smalste stuk!’

Vijf over twaalf

1 maart 2039

Met de stijfheid ging het vandaag gelukkig een stuk beter dan gisteren. Die oefeningen, ’s morgens voor ik mijn bed uit rol, helpen goed; eerst fiets ik wat in de lucht. Dan zwieper ik mijn benen over de rand van het bed zodat ik bijna vanzelf tot zit kom – trucje van de fysio-digipeut. Ik probeer altijd mijn voeten in één vloeiende beweging in mijn pantoffels te krijgen; hoe oud een mens ook wordt, hij heeft zijn uitdagingen nodig 🙂

Vanavond heb ik een reportage bekeken over de klimaatspijbelaars van twintig jaar geleden. En hoe die uiteindelijk een hele generatie politici voortijdig op pensioen hebben gestuurd, ook al was dat destijds nog tegen de trend in.
Ik weet nog goed hoe ik daar zelf liep tijdens een van die grote klimaatmarsen in Brussel, met mijn karton waarop ik een poging had gedaan een wereldklok te tekenen. De tijd: vijf over twaalf. En een demonstrant die me daarover aansprak. Hij dacht dat ik me in het uur vergist had.

Vanavond ga ik niet te laat naar bed.
Vóór twaalven lig ik erin…

Schrijvenonline opdracht # 235: Schrijf in 300 woorden een pagina uit je dagboek van 2039.

De gluurder

De mail van de juf aan de bibliotheek was duidelijk:

Een oude man aan de overkant schoot vanuit zijn raam plaatjes van onze klas toen we de  bieb verlieten. We schakelen de politie in.

‘Ik zal met hem gaan praten,’ mailde ik terug.

Nu zit ik met haar klacht in zijn woonkamer. Over zijn bril heen kijkt hij me aan met een mengeling van verbazing en verdriet.

‘Mijn vader doet geen kwaad,’ komt zijn dochter tussenbeide en in haar ogen deemstert spijt.

‘Zijn herinneringen zitten in de foto’s. Zonder die foto’s is hij zijn geheugen kwijt.’

Geluksmuntje

Met een metaaldetector in de ene en een schepje in de andere hand zoekt hij de bosgrond af.

‘Wat zoekt u?’ vraag ik.

‘Ik zoek munten,’ antwoordt hij en uit zijn accent begrijp ik dat hij niet van hier is.

‘Heeft u al veel gevonden?’

Hij legt zijn gereedschap neer en diept uit zijn zak wat kleingeld op. Kiest een 50-centsstuk uit en steekt het me toe.

‘Voor u,’ zegt hij simpelweg.

Met een glimlach neem ik het aan en zeg:

‘Gelukkig nieuwjaar.’

Het laatste uur van Sjmoëel Asj

Sjmoeël Asj richtte zich op, reikte naar de krukken die in een soort paraplubak naast zijn rieten ligbank stonden en trok zich moeizaam overeind. Stapte voetje voor voetje naar zijn bureau en dacht aan Gersjom Wald, de oude getekende man die hij meer dan vijftig jaar geleden drie maanden lang dagelijks van vijf uur ’s middags tot elf uur in de avond gezelschap had gehouden. Luisteren naar zijn theorieën over zionisme en hem van repliek dienen, dat was waarvoor hij aangenomen was. Luisteren en tegenspreken. Omdat tegenspraak een mens in leven hield.
En aan Atalja natuurlijk. Dochter van Sjealtiël Abarbanel, schoondochter van Gersjom en weduwe van Micha. Atalja die hem gedoogd had, aangetrokken, verzorgd, bemind en weggestuurd.
‘Misschien ga je op een dag nog eens iets voor ons schrijven over die armzalige joden en veroordeel je hun armzaligheid van geest,’ had Gersjom gezegd. ‘Misschien verwerk je ook Judas Iskariot in je verhaal.’
Meer dan over verraad te schrijven was Sjmoeël een verrader gewórden. Verrader van zijn opdracht helderheid te verschaffen. Verraad aan Atalja, die hij had willen verlossen uit haar kille cynisme. Aan wie hij heimelijk beloofd had haar niet te zullen vergeten maar aan wie hij jarenlang niet had gedacht.
Geen haar beter was hij dan Sjealtiël Abarbanel, die de stichting van de staat Israël veroordeeld had maar na zijn dood geen snipper van zijn beweegredenen had nagelaten. Geen spaan wijzer dan Jezus, die zich door Judas om de tuin had laten leiden en dat pas beseft had in zijn stervensuur. Of dan Judas, die op datzelfde moment begrepen had dat hij vooral zichzelf verraden had.
Voorzichtig liet Sjmoeël zich op de stoel zakken en steunde met zijn ellenbogen op het bureaublad. Keek naar de oude telefoon, nam de hoorn van de haak en beroerde even de draaischijf, maar besloot dat er niets meer te zeggen viel. Een kruk gleed op de grond. Sjmoeël boog zijn hoofd, sloot zijn ogen en blies voor de laatste keer zijn adem uit.

#188 Hoe laat jij iemand sterven in een verhaal? Schrijf een sterfscène in 350 woorden. Gebruik een personage uit een verhaal dat je zelf schreef, of neem een personage uit één van je lievelingsboeken.

Boek: ‘Judas’ van Amos Oz

Vogel voor de kat

Ze ligt op het tuinpad. Op haar zij. Niets aan haar beweegt. Alleen haar ene oogje gaat even open en weer dicht.

Voorzichtig neem ik haar in mijn hand en voel hoe haar hartje jaagt. Vol angstig leven is ze, maar wegvliegen kan ze nog niet.

Van een rieten mandje maak ik een nestje en vlij haar er zachtjes in. Stel haar veilig voor de kat. In de verte hoor ik haar vriendjes kwetteren.

Dan richt ze zich op en strijkt haar vleugels glad. Ze laat een windje, springt het mandje uit en verdwijnt onder de hortensia.

Lekker spetteren

‘Het is zij eruit of ik eruit’, zegt Bart iets te luid voor een privégesprek. In een paar teugen klokt hij zijn Orval naar binnen, zet het glas met een klap op de toog en gebaart naar de barkeeper dat hij er nog een wil.

‘Sst,’ sist Jenny. ‘De hele kroeg hoeft het niet te horen…’

‘Hoezo sst. Ik heb genoeg van dat ge-sst. Sst Bart, je maakt moeder wakker. Sst Bart, denk aan de buren. Sst Bart, straks denken de mensen nog dat we haar mishandelen. Sst Bart…

‘Sst,’ sist Jenny en de spetters vliegen in het rond.

‘Het kan me geen moer schelen wat de mensen denken. Dat wijf gaat eruit!’

‘Een beetje meer respect, zeg. Ik ga haar echt niet zomaar op straat zetten,’ fluisterde ze zo hard als ze kon. Schichtig kijkt ze om zich heen; iedereen is druk in gesprek. Ergens wordt gelachen.

‘Al was ze de koningin van Sheba’ vlamt hij, ‘ze gaat eruit!’

Machteloos wendt Jenny haar ogen af en kijkt naar de barkeeper die het lege glas van de toog neemt en er een vol voor in de plaats zet. Hij geeft Bart een knipoog en grinnikt:

‘Uw schoonmoeder zeker?’

Schrijvenonline.org #213 Twee personen die een relatie hebben, zitten aan een bar. Er ontstaat een woordenwisseling. Een personage schaamt zich voor de andere bezoekers en wil de ruzie sussen. Het andere personage gooit juist olie op het vuur.

Varkens

‘Heb je nog even?’

Achteloos, als smeet ze een dossiermap op mijn bureau, slingerde ze die vraag mijn kamer binnen.

Ik was juist bezig mijn spullen op te ruimen en had de computer afgesloten. Grabbelde in mijn handtas naar een spiegeltje en zette mijn lippen kersenrood aan. Keek op mijn smartphone; ik had nog tien minuten. En deze keer liet ik me door niemand tegenhouden. Om vijf uur stipt stond ik op straat en begon mijn eigen leven.

‘Evelyne, kom je even?’ klonk het dringender nu uit de kamer van de directrice. ‘Ik heb even je hulp nodig.’

‘Een momentje, Lidy,’ riep ik terug, gooide de make-upspulletjes in mijn tas, trok mijn jas aan en stapte de gang op. Sloeg, iets luider dan noodzakelijk, de deur achter me dicht en stapte tot aan de directiekamer. Bleef in de deuropening staan.

‘Print je die concept-nota Vaccinatieschema’s in de varkenssector even uit? Dan kunnen we die nog even doornemen.’

‘Die nota kun je vinden in het document Ministerie van Landbouw, map Varkenssector,’ zei ik zo kordaat mogelijk.

‘Dat weet ik, Evelyne. Print hem even uit, wil je.’

Dit leek me een typisch geval voor de techniek van de kapotte grammofoonplaat die we tijdens de assertiviteitstraining geoefend hadden, dus herhaalde ik zonder al teveel acht te slaan op het trillen van mijn benen:

‘Die nota staat in het document Ministerie van Landbouw, in de map Varkenssector.’

Verstoord keek ze op.

‘Er is haast bij, Evy. Het had eigenlijk gisteren al verstuurd moeten zijn.’

‘Je kunt die nota vinden in het document Ministerie van Landbouw, in de map Varkenssector,’ perste ik er met de moed der wanhoop uit, maar ik liet mijn tas al van mijn schouder glijden.

‘Hoepel maar op,’ brieste Lidy. ‘Dan doe ik het wel alleen.’

Beduusd liep ik naar de lift. Had ik het nu tóch voor elkaar gekregen?

 

Schrijfopdracht Schrijvenonline.org #207

Al maanden maakt je leidinggevende het je veel lastiger dan nodig is. Hij komt zijn afspraken niet na, schuift werk in je handen of komt niet opdagen tijdens jullie ingeplande meetings. Het is vrijdagmiddag en hij vraagt je tien minuten voor het einde van de dag of je nog even wat met hem wilt doornemen. Wat gebeurt er? Beschrijf de volgende scène in max. 350 woorden.