Doodgaan in drie bedrijven

Voor de tweede keer dat jaar was hij aanwezig bij zijn eigen begrafenis. Zo voelde het althans.

Eerst het afscheid bij de krant. Meer dan dertig jaar was hij behandeld als een soort reclamefolderbezorger – ‘Goed dat je dit aanbrengt, Joop, maar we doen er nu even niks mee – maar in de afscheidsspeech van de hoofdredacteur werd hij gepromoveerd tot een onmisbare inspirator en vernieuwer zonder wie de krant allang onder de groene zoden lag. O, wat zouden ze hem missen. Alsof ze hem niet maandenlang achtervolgd hadden met fantastische afvloeiingsregelingen of once-in-a-lifetime aanbiedingen die hij echt niet kon weigeren. Als hij maar oprotte. Het ontbrak er nog aan dat ze in tranen uitbarstten.

Hij had zichzelf nog zo beloofd dat hij niet nóg eens vrijwillig naar zijn eigen grafrede zou gaan zitten luisteren, maar toen kegelden ze hem ook nog uit het bestuur van de partij waarvoor hij de benen uit zijn gat gelopen had. Omdat ze wisten van zijn voornemen, maakten ze er een verrassingsfeestje van. Geen loftuitingen – daar hield Joop per slot van rekening niet van – maar wel wat aandacht voor het leven ná dit leven. De voorzitter veronderstelde dat Joop nu wat meer tijd zou hebben voor zijn kleinkinderen en gaf hem voor de twee peuters van zijn dochter zes kleurpotloden en een gele auto mee. Op de onvermijdelijke envelop met inhoud was een otter getekend. De hint was duidelijk: dan kon hij eens gezellig met dat jong grut naar de dierentuin.

Na het applaus vroeg Joop het woord. Hij bedankte de aanwezigen hartelijk en had ook een verzoek: ‘Mag ik misschien bij het volgende afscheid het lijk zijn?’

Wekelijkse opdracht #262 schrijvenonline.org

Schrijf een kort verhaal met de volgende elementen: Een reclamefolderbezorger, twee peuters, een gele auto, zes kleurpotloden, een otter.

De eerste zin: Voor de tweede keer dat jaar was hij aanwezig op zijn eigen begrafenis…

Trouwdag

Haar ogen strelen de japon. Met bevende vingers maakt ze de rits los en neemt hem van de hanger. Legt hem voorzichtig op bed, als was het haar geliefde.

Ze stapt uit haar nachtkleed en trekt de japon aan, doet geen moeite de rits te sluiten. Soepel valt de ivoor zijden stof om haar heen.

Draaiend voor de spiegel denkt ze zich zestig jaar jonger. Ze straalt. Straks zal hij komen.

Dan zet ze zich in een fauteuil bij het raam, drapeert de jurk over haar knieën en wacht en wacht en wacht …

Het geheim van de vlierbes

Ik loop het bospad af en merk niet dat mijn handen verschrompeld zijn tot vuisten.

Dan zie ik de vlierboom. Aan het eind van het pad staat ze, midden tussen de andere bomen, uitbundig te bloeien.

Zachtjes loop ik op haar toe, open mijn handen en reik, staande op de tippen van mijn tenen, naar een van haar takken. Trek hem naar me toe en verberg mijn gezicht in de geurige bloesem.

Mijn spieren ontkrampen en dankbaar snuif ik het zoete lieve leven in.

Het smalste stuk

Hij ergert zich aan engtes.

Bushaltes met teveel wachtende reizigers op te smalle trottoirs, te nauwe doorgangen in de supermarkt waar pallets en winkelwagens hem hinderlijk in de weg staan. Koffers in het gangpad, schoenen op de trap. En nu sta ík weer eens de opening van de keukendeur te blokkeren.

‘Waarom staat iedereen altijd op het smalste stuk?’ moppert hij.

Maar ik begin te stralen, strek mijn armen naar hem uit en zeg, terwijl ik hem omhels:

‘Niets liever dan jou tegenkomen op het smalste stuk!’

Vijf over twaalf

1 maart 2039

Met de stijfheid ging het vandaag gelukkig een stuk beter dan gisteren. Die oefeningen, ’s morgens voor ik mijn bed uit rol, helpen goed; eerst fiets ik wat in de lucht. Dan zwieper ik mijn benen over de rand van het bed zodat ik bijna vanzelf tot zit kom – trucje van de fysio-digipeut. Ik probeer altijd mijn voeten in één vloeiende beweging in mijn pantoffels te krijgen; hoe oud een mens ook wordt, hij heeft zijn uitdagingen nodig 🙂

Vanavond heb ik een reportage bekeken over de klimaatspijbelaars van twintig jaar geleden. En hoe die uiteindelijk een hele generatie politici voortijdig op pensioen hebben gestuurd, ook al was dat destijds nog tegen de trend in.
Ik weet nog goed hoe ik daar zelf liep tijdens een van die grote klimaatmarsen in Brussel, met mijn karton waarop ik een poging had gedaan een wereldklok te tekenen. De tijd: vijf over twaalf. En een demonstrant die me daarover aansprak. Hij dacht dat ik me in het uur vergist had.

Vanavond ga ik niet te laat naar bed.
Vóór twaalven lig ik erin…

Schrijvenonline opdracht # 235: Schrijf in 300 woorden een pagina uit je dagboek van 2039.

De gluurder

De mail van de juf aan de bibliotheek was duidelijk:

Een oude man aan de overkant schoot vanuit zijn raam plaatjes van onze klas toen we de  bieb verlieten. We schakelen de politie in.

‘Ik zal met hem gaan praten,’ mailde ik terug.

Nu zit ik met haar klacht in zijn woonkamer. Over zijn bril heen kijkt hij me aan met een mengeling van verbazing en verdriet.

‘Mijn vader doet geen kwaad,’ komt zijn dochter tussenbeide en in haar ogen deemstert spijt.

‘Zijn herinneringen zitten in de foto’s. Zonder die foto’s is hij zijn geheugen kwijt.’

Geluksmuntje

Met een metaaldetector in de ene en een schepje in de andere hand zoekt hij de bosgrond af.

‘Wat zoekt u?’ vraag ik.

‘Ik zoek munten,’ antwoordt hij en uit zijn accent begrijp ik dat hij niet van hier is.

‘Heeft u al veel gevonden?’

Hij legt zijn gereedschap neer en diept uit zijn zak wat kleingeld op. Kiest een 50-centsstuk uit en steekt het me toe.

‘Voor u,’ zegt hij simpelweg.

Met een glimlach neem ik het aan en zeg:

‘Gelukkig nieuwjaar.’

Het laatste uur van Sjmoëel Asj

Sjmoeël Asj richtte zich op, reikte naar de krukken die in een soort paraplubak naast zijn rieten ligbank stonden en trok zich moeizaam overeind. Stapte voetje voor voetje naar zijn bureau en dacht aan Gersjom Wald, de oude getekende man die hij meer dan vijftig jaar geleden drie maanden lang dagelijks van vijf uur ’s middags tot elf uur in de avond gezelschap had gehouden. Luisteren naar zijn theorieën over zionisme en hem van repliek dienen, dat was waarvoor hij aangenomen was. Luisteren en tegenspreken. Omdat tegenspraak een mens in leven hield.
En aan Atalja natuurlijk. Dochter van Sjealtiël Abarbanel, schoondochter van Gersjom en weduwe van Micha. Atalja die hem gedoogd had, aangetrokken, verzorgd, bemind en weggestuurd.
‘Misschien ga je op een dag nog eens iets voor ons schrijven over die armzalige joden en veroordeel je hun armzaligheid van geest,’ had Gersjom gezegd. ‘Misschien verwerk je ook Judas Iskariot in je verhaal.’
Meer dan over verraad te schrijven was Sjmoeël een verrader gewórden. Verrader van zijn opdracht helderheid te verschaffen. Verraad aan Atalja, die hij had willen verlossen uit haar kille cynisme. Aan wie hij heimelijk beloofd had haar niet te zullen vergeten maar aan wie hij jarenlang niet had gedacht.
Geen haar beter was hij dan Sjealtiël Abarbanel, die de stichting van de staat Israël veroordeeld had maar na zijn dood geen snipper van zijn beweegredenen had nagelaten. Geen spaan wijzer dan Jezus, die zich door Judas om de tuin had laten leiden en dat pas beseft had in zijn stervensuur. Of dan Judas, die op datzelfde moment begrepen had dat hij vooral zichzelf verraden had.
Voorzichtig liet Sjmoeël zich op de stoel zakken en steunde met zijn ellenbogen op het bureaublad. Keek naar de oude telefoon, nam de hoorn van de haak en beroerde even de draaischijf, maar besloot dat er niets meer te zeggen viel. Een kruk gleed op de grond. Sjmoeël boog zijn hoofd, sloot zijn ogen en blies voor de laatste keer zijn adem uit.

#188 Hoe laat jij iemand sterven in een verhaal? Schrijf een sterfscène in 350 woorden. Gebruik een personage uit een verhaal dat je zelf schreef, of neem een personage uit één van je lievelingsboeken.

Boek: ‘Judas’ van Amos Oz

Vogel voor de kat

Ze ligt op het tuinpad. Op haar zij. Niets aan haar beweegt. Alleen haar ene oogje gaat even open en weer dicht.

Voorzichtig neem ik haar in mijn hand en voel hoe haar hartje jaagt. Vol angstig leven is ze, maar wegvliegen kan ze nog niet.

Van een rieten mandje maak ik een nestje en vlij haar er zachtjes in. Stel haar veilig voor de kat. In de verte hoor ik haar vriendjes kwetteren.

Dan richt ze zich op en strijkt haar vleugels glad. Ze laat een windje, springt het mandje uit en verdwijnt onder de hortensia.

Lekker spetteren

‘Het is zij eruit of ik eruit’, zegt Bart iets te luid voor een privégesprek. In een paar teugen klokt hij zijn Orval naar binnen, zet het glas met een klap op de toog en gebaart naar de barkeeper dat hij er nog een wil.

‘Sst,’ sist Jenny. ‘De hele kroeg hoeft het niet te horen…’

‘Hoezo sst. Ik heb genoeg van dat ge-sst. Sst Bart, je maakt moeder wakker. Sst Bart, denk aan de buren. Sst Bart, straks denken de mensen nog dat we haar mishandelen. Sst Bart…

‘Sst,’ sist Jenny en de spetters vliegen in het rond.

‘Het kan me geen moer schelen wat de mensen denken. Dat wijf gaat eruit!’

‘Een beetje meer respect, zeg. Ik ga haar echt niet zomaar op straat zetten,’ fluisterde ze zo hard als ze kon. Schichtig kijkt ze om zich heen; iedereen is druk in gesprek. Ergens wordt gelachen.

‘Al was ze de koningin van Sheba’ vlamt hij, ‘ze gaat eruit!’

Machteloos wendt Jenny haar ogen af en kijkt naar de barkeeper die het lege glas van de toog neemt en er een vol voor in de plaats zet. Hij geeft Bart een knipoog en grinnikt:

‘Uw schoonmoeder zeker?’

Schrijvenonline.org #213 Twee personen die een relatie hebben, zitten aan een bar. Er ontstaat een woordenwisseling. Een personage schaamt zich voor de andere bezoekers en wil de ruzie sussen. Het andere personage gooit juist olie op het vuur.