Varkens

‘Heb je nog even?’

Achteloos, als smeet ze een dossiermap op mijn bureau, slingerde ze die vraag mijn kamer binnen.

Ik was juist bezig mijn spullen op te ruimen en had de computer afgesloten. Grabbelde in mijn handtas naar een spiegeltje en zette mijn lippen kersenrood aan. Keek op mijn smartphone; ik had nog tien minuten. En deze keer liet ik me door niemand tegenhouden. Om vijf uur stipt stond ik op straat en begon mijn eigen leven.

‘Evelyne, kom je even?’ klonk het dringender nu uit de kamer van de directrice. ‘Ik heb even je hulp nodig.’

‘Een momentje, Lidy,’ riep ik terug, gooide de make-upspulletjes in mijn tas, trok mijn jas aan en stapte de gang op. Sloeg, iets luider dan noodzakelijk, de deur achter me dicht en stapte tot aan de directiekamer. Bleef in de deuropening staan.

‘Print je die concept-nota Vaccinatieschema’s in de varkenssector even uit? Dan kunnen we die nog even doornemen.’

‘Die nota kun je vinden in het document Ministerie van Landbouw, map Varkenssector,’ zei ik zo kordaat mogelijk.

‘Dat weet ik, Evelyne. Print hem even uit, wil je.’

Dit leek me een typisch geval voor de techniek van de kapotte grammofoonplaat die we tijdens de assertiviteitstraining geoefend hadden, dus herhaalde ik zonder al teveel acht te slaan op het trillen van mijn benen:

‘Die nota staat in het document Ministerie van Landbouw, in de map Varkenssector.’

Verstoord keek ze op.

‘Er is haast bij, Evy. Het had eigenlijk gisteren al verstuurd moeten zijn.’

‘Je kunt die nota vinden in het document Ministerie van Landbouw, in de map Varkenssector,’ perste ik er met de moed der wanhoop uit, maar ik liet mijn tas al van mijn schouder glijden.

‘Hoepel maar op,’ brieste Lidy. ‘Dan doe ik het wel alleen.’

Beduusd liep ik naar de lift. Had ik het nu tóch voor elkaar gekregen?

 

Schrijfopdracht Schrijvenonline.org #207

Al maanden maakt je leidinggevende het je veel lastiger dan nodig is. Hij komt zijn afspraken niet na, schuift werk in je handen of komt niet opdagen tijdens jullie ingeplande meetings. Het is vrijdagmiddag en hij vraagt je tien minuten voor het einde van de dag of je nog even wat met hem wilt doornemen. Wat gebeurt er? Beschrijf de volgende scène in max. 350 woorden.

 

 

IJsklontjes tikkelend tegen het glas

‘Als je het hoofd maar koel houdt.’ Puffend veegt ze het zweet van haar gezicht.

Ik nip van mijn muntthee en denk aan ijsklontjes tikkelend tegen het glas, bevroren rivieren, eindeloze sneeuwvlaktes met poolhonden die de rijp uit hun vacht schudden, …

Denken aan koude dingen helpt.

Lui pak ik de krant en zie hoe een afgebroken ijsschots hoog uittorent boven een dorpje in Groenland.

Zelfs het nieuws doet mee, denk ik nog loom. Dan realiseer ik me wat ik daar lees.

En kan ik opnieuw beginnen met het denken aan koude dingen.

Laatste ooggetuigen

‘Heb ik jullie wel genoeg verteld?’ zegt mijn moeder en ze steekt direct van wal. Vertelt over het sonoor geronk waarvan ze wakker werden. Hoe ze in alle vroegte hun beddengoed naar beneden sleepten omdat ze niet meer boven durfden blijven. Hoe ze in de deuropening stonden en naar de hemel staarden, naar vliegtuigen die als doodsvogels in zwarte zwermen overvlogen.

Haar vader die zachtjes zei: ‘Nu is het oorlog.’

En ik denk: ‘Heb ik wel genoeg geluisterd?’

 

Requiem voor een orchidee

‘We gaan een week naar zee,’ had de buurvrouw gezegd, ‘en nu zoeken we een oppas voor onze orchidee.’

‘Geen probleem’, had ik geantwoord, ‘ik zorg wel voor de plantjes.’

‘Maar ze kan niet tegen alleen zijn,’ had Esmée gehakkeld en ik had natuurlijk direct gezegd: ‘Och, breng haar dan maar bij mij.’

Ze stond op een tafeltje op een lichte plaats, maar niet direct in de zon. Vanuit haar bladerkroon verhief zich een enkele bloemstengel die licht doorboog onder het gewicht van een tiental bloemknoppen die op barsten stonden. ‘Ze houdt van klassiek – Pergolesi, Fauré – en van lieve woordjes bij het ontwaken,’ had Esmée nog gezegd.

Een paar dagen had ik het volgehouden. Terwijl mijn gezinsleden zich hoor- en merkbaar in andere delen van het huis ophielden, was ik stiekem naar de orchidee geslopen en had in het donker wat liefkozende woordjes gemurmeld. Ik had zelfs speciaal voor haar nieuwe koosnaampjes bedacht: ‘Schattebelletje, schetebeestje, schoon karamelletje.’ En echt, ik zag haar knoppen zwellen van plezier.

Maar op de vierde dag ging het verkeerd. Ik stond op het punt de deur uit te gaan toen een van de knoppen plotseling open barstte en zich razendsnel ontvouwde tot een knalgele ster. Vol trots kwam ik dichterbij maar ik werd weerhouden door een muffe, weeë geur die me bijna deed kokhalzen.

‘Stinkbeest!’ riep ik uit.

Prompt viel de bloem van de  steel.

Met mijn vingertoppen viste ik hem van de grond en spoelde het juweel zonder pardon in het prieel.

Wekelijkse schrijfopdracht #186– Zeerijm: Rijm kun je ook gebruiken om op een idee te komen voor een verhaal. Zoek rijmwoorden op het woord ‘zee’. Het mag ook halfrijm zijn zoals ‘steen’ of ‘keer’. Maak een lijstje van 10 spannende woorden. Maak een verhaal met deze woorden.

Carolien

‘Dag Harry, dit is Carolien. Zo Carolien, dit is je vader.’
Als vanuit het niets toverde ze een pukkelig wezen tevoorschijn.
‘Ze wilde het zelf,’ beet ze hem toe en verliet daarna op hoge hakken het cafeetje.
‘Nou, ga dan maar zitten,’ zei hij en onwillekeurig zocht hij in haar gezicht naar iets wat op hem leek.
Hij hád geen dochter. Ook geen zoon trouwens. Na Gerda had hij met niemand ooit nog iets gehad.
Carolien keek hem vorsend aan, alsof ze een besluit moest nemen.
‘Nou pa,’ zei ze tenslotte, ‘ik lust wel cola.’

De jas

Slap als een dweil en met een hoofd zo zwaar als lood keek hij naar de jas die aan zijn kapstok hing. Waren de boorden altijd al zo versleten? En waar kwamen die vlekken op zijn mouw vandaan? Zacht streek hij met zijn hand over de rug van de mantel. Nam hem van de kapstok en rook in de kraag de geur van het café waar hij gisteren met zijn volle verstand was binnen gelopen en wat uren later in benevelde toestand weer vertrokken.

Zijn vingers vonden de plooien van de zakken, schuchter gleden ze naar binnen. Betraden ongevraagd de intieme zone van een vreemde – want dat was hem al tastend duidelijk geworden: dit was niet zijn jas.

sms-reisverslag

Sms reisverslag

 

09.45   IC Brussel-Zuid, spoor 15

Ik zit in zo’n mooie nieuwe blauw-gele NS-trein

09:37

 

.               Lijkt me iets voor een ultrakort verhaal …

.              09:39

 

You read me

09:41

 

Het ticket is niet volledig uitgeprint. QR-code ontbreekt

10:15

 

.               Maar ik heb wel een QR-code op mijn scherm …

.               10:18

 

Afdrukstand was verkeerd. Moet verticaal

10:24

 

.              Dan kan je Rotterdam Centraal Station niet uit

.              10:28

 

Inderdaad. Gelukkig heb ik een Hollandse mond …

10:31

 

… en ik geef jou de schuld 🙂

10:33

 

 

Dorst

Ze stapte in bij tramhalte Boetendaal, een Afrikaanse mama met haar kleine jongen, en parkeerde de buggy op een staanplaats.

Het jongetje huilde. Zijn mama pakte hem op en nam hem in haar armen.

Driftig woelde hij haar sjaal los en graaide in haar décolleté. Ze protesteerde zacht maar liet hem begaan. Ze verdwenen in hun eigen kleine wereld – de zoon en zijn zogende moeder.

Toen hij voldaan was, sloot ze haar jas en legde hem tevreden terug in zijn koets.

Bij Hallepoort stapten ze uit. De tram reed verder alsof er niets was gebeurd.

Brusselse erwtensoep

We stonden achter elkaar in de rij voor de weegschaal van de groente-afdeling, twee Hollandse madammen in een Brusselse supermarkt. Zij met een prei in haar hand, ik met een prei en een winterpeen.

Buiten was het november.

‘Ik ga erwtensoep maken,’ zei ik tegen haar rug.

Verrast draaide ze zich om en lachte toen ze me herkende.

‘Dat is toevallig,’ riep ze uit. ‘Ik ook.’

De brievenbus

Zonder vragen deed ze wat hij haar vroeg. Als het hem gerust kon stellen, deed ze het gewoon. Ook al was hij het na een paar minuten al vergeten en zou hij het opnieuw vragen.

Soms dacht ze: ‘Deze keer doe ik het niet. Deze keer loop ik naar de gang, wacht bij de deur en kom weer terug.’

Maar hij liet zich niet misleiden. Hij moest haar naar buiten zien lopen. Zien dat ze de brievenbus opende, zich naar hem toekeerde en haar hoofd schudde. Ook al wisten ze allebei dat de postbode vandaag niet meer zou komen.