Schaduwen achter matglas

Nu het nacht was, kon hij in zijn eentje over het erf zwerven, tussen de schuren en de kippenhokken, kon hij langzaam heen en weer lopen langs het met gele lantaarns verlichte hek, kon hij even gaan zitten op een omgekeerde kist bij de smederij en verzinken in nachtgedachten[1].

Zijn nachtgedachten draaiden om zijn vrouw Leila. Of beter gezegd, om het verraad van zijn vrouw Leila. En om de vraag hoe lang ze zou kunnen zwijgen. Of hoe lang híj zou kunnen zwijgen, over wat hij ontdekt had toen hij op een avond naar huis was teruggekeerd om een nieuwe batterij voor zijn zaklamp op te halen. De schaduwen van verstrengelde lichamen had gezien achter het matglas van de deur. Hoe hij gewacht had tot ze naar de woonkamer geschuifeld waren en hij tussen de gordijnen door had gezien dat ze het waren. Dat hij met stomheid was geslagen maar tegelijkertijd niet kon begrijpen dat hij het niet eerder had vermoed. Haar hernieuwde vitaliteit, de stralende ogen waarmee ze hem de nacht in zwaaide.

Waarom hij in vredesnaam was blijven staan toen beneden de lichten doofden en even later in de slaapkamer het nachtlampje werd aangeknipt. Zich voorstelde hoe zij zich voor hem uitkleedde – haar lippen op de zijne – en langzaam zijn overhemd losknoopte. Zijn broek afstroopte en zijn hemd over zijn hoofd streelde. En of het beter was te vragen of te zwijgen.

[1] Uit: ‘Onder vrienden’ van Amos Oz, blz 120/121.

 

Wekelijkse schrijfopdracht #115 door schrijfcoach Odile Schmidt (schrijvenonline.org):

Pak een lievelingsboek uit de kast, open het op een willekeurige bladzijde. Kies een zin als begin van een kort verhaal en schrijf het in maximaal 300 woorden. Let erop dat je jouw schrijfstijl aanpast aan de zin.

Voetbalgeschiedenis

WK 2014

Nederland – Mexico bij de stand 0-1

We zitten met zijn drieën op de bank. Voor de tv. Met het hoofd in de handen en de ellebogen op de knieën. En bereiden ons voor op de wissel die we over pakweg een kwartier moeten gaan maken: het oranjegevoel eruit, het rode duivelssentiment erin. De tweede keuze als schrale troost.

We tellen de minuten af. Nog zeven.

En dan dat schot  van Wesley Sneijder, de bal linea recta in het doel. We veren op. Het kán dus nog!

De spanning op de thuisbank stijgt. Minuten worden omgerekend naar seconden.

En dan ligt-ie daar ineens. Arjen Robben. Op de grasmat. Precies binnen de lijntjes. Het ging zodanig vlug dat we het niet eens zagen gebeuren. Voor we van onze verbazing zijn bekomen ligt de bal al op de stip.

We zien hoe Huntelaar zich opstelt achter de bal, zijn ogen gefixeerd op het doel. En hoe Mexicanen op de tribune hun gezicht verbergen achter hun handen. Wéten die niet dat Hollanders zo’n strafschop meestal missen?

En dan die aanloop. Dat schot. Het doelpunt. Armen gaan omhoog en onze zoon rent met een oude scheepstoeter het terras op om zijn vreugde over Brussel uit te blazen.

‘Had je het gedacht?’ vraag ik aan mijn echtgenoot.

‘ Ik niet,’  zegt hij. ‘En jij?’

‘Eerlijk gezegd … ‘ik ook niet.’

En nu kijken we uit naar onze gedroomde halve finale: Nederland-België. Als die droom uitkomt, kan de Cup ons bijna niet meer ontgaan.

Dus: ‘Hup Holland hup!’ En als dat teveel gevraagd is: ‘Vive les Diables Rouges!’

© 2014 Annet Buurman