Brusselse erwtensoep

We stonden achter elkaar in de rij voor de weegschaal van de groente-afdeling, twee Hollandse madammen in een Brusselse supermarkt. Zij met een prei in haar hand, ik met een prei en een winterpeen.

Buiten was het november.

‘Ik ga erwtensoep maken,’ zei ik tegen haar rug.

Verrast draaide ze zich om en lachte toen ze me herkende.

‘Dat is toevallig,’ riep ze uit. ‘Ik ook.’

De brievenbus

Zonder vragen deed ze wat hij haar vroeg. Als het hem gerust kon stellen, deed ze het gewoon. Ook al was hij het na een paar minuten al vergeten en zou hij het opnieuw vragen.

Soms dacht ze: ‘Deze keer doe ik het niet. Deze keer loop ik naar de gang, wacht bij de deur en kom weer terug.’

Maar hij liet zich niet misleiden. Hij moest haar naar buiten zien lopen. Zien dat ze de brievenbus opende, zich naar hem toekeerde en haar hoofd schudde. Ook al wisten ze allebei dat de postbode vandaag niet meer zou komen.

Begrip

‘Begrijp je dat dan niet?!’ zei de man. ‘Begrijp je niet dat als ik je iets vertel, jij het dan moet onthouden. Het op moet schrijven als je dat niet kunt. Zodat ik niet steeds opnieuw hetzelfde moet vertellen. Zodat ik niet het gevoel krijg dat ik een tegen een dichte deur praat.’

De vrouw keek op van haar tablet en knikte nadenkend met haar hoofd.

Toen zei ze: ‘Ja, dat begrijp ik.’

Ultra Kort Verhaal

Wat mosterd en een ei

Twee jaar geleden kregen we nieuwe onderburen.

Hij kwam diezelfde avond nog een kurkentrekker lenen – de hunne zat nog ingepakt – en zei ons dat we snel eens moesten komen voor een drink.

Wat maanden later kwamen ze om mosterd vragen en wij leenden een keer een ei. We zwaaiden en we deden kerstkaartjes in elkaars brievenbus. Zij hielden ons twee winters warm.

Vanmiddag reed de verhuiswagen met al hun huisraad door de poort.

Nu zijn ze weg. Het wordt een koude winter.

Gerookte zalm met groentjes

Hij had me uitgenodigd voor een lunch in een van die restaurantjes op de Grote Markt. De zon scheen, de temperatuur was aangenaam, dus kozen we voor een tafeltje op het terras. Ik hoefde niet op de prijs te letten, zei hij, dus nam ik een biertje van de tap en een broodje gerookte zalm met groentjes – niet echt duur maar toch ook niet het allergoedkoopste. Hij bestelde hetzelfde.

We haalden wat oude herinneringen op, informeerden naar wederzijdse families, en namen ons voor wat vaker af te spreken.

De glazen waren leeg en op de borden prijkte alleen nog wat garnituur.

‘Nou, bedankt,’ zei ik en stond al half op van mijn stoel.

‘Ho, wacht even,’ zei hij gejaagd, ‘we moeten nog betalen.’

‘Jij hebt mij toch uitgenodigd?’

‘Ik heb geen geld bij me.’

‘Geen géld bij je?’

‘Eerlijk gezegd heb ik nooit geld bij me.’

Nu pas realiseerde ik me dat hij, in vergelijking me de succesverhalen die hij zojuist had opgedist, er nogal sjofel bijliep.

‘Hoe vaak heb je dit al geflikt?’

‘Ik ben op de helft van klas 5B. Maar ik ben een paar keer blijven zitten, dus…’

‘Ben je gek geworden?’ riep ik uit, maar toch trok ik mijn portemonnee.

‘En als ik de anderen inlicht?’

Nu verscheen er een lach op zijn gezicht.

‘Wist jíj het?’

Left luggage

Het is zo’n koffertje zoals je wel op oude foto’s ziet. Zo’n hard leren oversized schoenendoosje met verstevigde hoeken en van die sluitingen die, als je met je duimen de ontgrendeling naar buiten schuift, met een klik openspringen. Gedragen door rijzige mannen met hoge hoeden of vrolijke juffrouwen met watergolfkapsels en wijd uitwaaierende rokken. Of meegevoerd in een stoet van grauwe jassen en gezichten met donkere schaduwen. Zo’n koffertje dat in niets lijkt op de grote rolcontainers waar de doorsnee reiziger van tegenwoordig zijn bagage in versleept.

Het staat bij het hek van het oude herenhuis aan de overkant, dat een paar dagen geleden is leeggehaald. Vergeten.

Al voor de derde ochtend, bij het opentrekken van de gordijnen, is mijn oog erop gevallen en heb ik me afgevraagd op wie het daar staat te wachten. Heb gezien hoe de meeste mensen er, zonder het op te merken, aan voorbijlopen. Hoe een oudere man het, na enige aarzeling, met zijn stok beroerde en een kind ertegen schopte. En dat het koffertje onwrikbaar is blijven staan.

En nu, op deze derde dag, steek ik de straat over. Blijf op een paar stappen afstand staan om te luisteren of het misschien tikt. Om te zien of er een naam opstaat, iets wat me gerust zou kunnen stellen. Ik vind niets.

Voorzichtig strek ik mijn hand uit, probeer de koffer aan het hengsel op te tillen, maar het lukt me nauwelijks. Met een plof valt hij terug op de grond.

Juist wanneer ik mijn telefoon tevoorschijn haal om een noodnummer te bellen klikt het deksel open. En voor mijn voeten ligt, in stukken, de afgebroken linker arm van de Venus van Milo.

Wekelijkse schrijfopdracht # 158 Schrijvenonline.org: Schrijf een verhaal over een oude koffer die je ergens vindt.

 

Rozenknop

We hebben gegeten, gedronken en gevreeën,
de lakens afgehaald, de glazen omgespoeld,
de vuile borden op het aanrecht neergezet.

We hebben de koffer ingepakt, onze schoenen
aangedaan de deur achter ons dicht getrokken.

Hand in hand zijn we naar het station gelopen.
Toen de trein kwam, kusten we elkaar tot ziens
en in jouw hand vond ik een rozenknop.

In de zachte bries

De wekker laat ons nog wat slapen
al tikt de zon speels op het raam
en is de dag alvast begonnen
wij doen alles een uurtje later

De straten leger
geen kinderstemmen op het plein
geen schoolbel en geen lange rijen
de files staan nu in het zuiden

Ik hoor de vogels in de stad
en ruik de geur van vlinderstruiken
het ruisen van de populier

Nog af en toe wordt zomerstilte
vermengd met bruut verkeersgedruis
maar dan suist weer een zachte bries

Zouden wij – als Elia eens –
God in dat zacht gefluister
kunnen vinden?

Eten na 21.56 uur

Haar naam ken ik niet, maar ik herken haar aan haar donkere krullen en haar grote stralende ogen. Al langer dan een uur heeft ze, gebogen over haar studieboeken, aan een tafel in onze bibliotheek gezeten, maar nu kijkt ze op. Zodra ik haar blik vang begint ze te praten.

‘Het is moeilijk om me goed te concentreren met die hitte,’ zegt ze. ‘En de ramadan maakt het nog extra zwaar.’

De ramadan? Mijn belangstelling is direct gewekt en ik realiseer me beschaamd dat ik nooit eerder met een moslim over deze betekenisvolle periode heb gesproken.

Ik stel wat onnozele vragen – val je er erg van af? Op welk uur mag je weer eten? En ga je dan niet veel te laat naar bed? – maar ze antwoordt me geduldig en laat me zelfs een app zien met de etenstijden volgens de vastenkalender. Die avond begint de iftar om 21.56 uur.

Pas als ze weg is bedenk ik dat ik de belangrijkste vraag niet heb gesteld.

Gelukkig krijg ik een nieuwe kans als twee weken later een moslima met haar zoon wat boeken uit de bibliotheek komt halen.

‘Hoe houdt u het vol?’ begin ik terwijl ik registreer hoe moe ze eruit ziet.

‘Het is niet moeilijk,’ zegt ze met een glimlach, ‘want God helpt me. Juist nu voel ik Hem heel dichtbij.’

Afblijven!

Ik sta stil bij één van de kramen en laat mijn ogen dwalen over lampen, oude telefoons, koperen kapstokhaken, emaillen potten en pannen die ik nog van vroeger ken. Rommel wat in een bak met ongeregeld goed, steek mijn hand uit naar een Mariabeeld dat eenzaam tussen al die spullen staat en voel plotseling dat er naar me gekeken wordt. Hoor de stem die bij die blik hoort: ‘Afblijven. Je weet toch dat dat ding kan breken?’

Ik kijk op naar de verkoper – een al wat oudere man met een dikke oranje sjaal die in de schaduw van het tentdoek met een boek in een fauteuil zit en de indruk wekt dat hij zit te lezen.

Gerustgesteld til ik het beeldje op, maar dan vallen mijn ogen op het portret dat aan één van de balken van de kraam hangt. In het gerimpelde gezicht omrand door strak naar achter getrokken grijze haren en een nauwsluitende, gesteven witte kraag ontwaar ik de dwingende ogen van mijn moeder.

 

Opdracht #140 schrijvenonline.org: Op Koningsdag zijn er vele vrijmarkten met de meest uiteenlopende oude spullen. Je loopt rond en je oog valt op een bijzonder voorwerp: een beeldje, een boek, een kledingstuk of een … Schrijf een verhaal van waarin dat voorwerp tot leven komt in het heden of in het verleden.